Interview: André Gerrits, historicus
Democratie moet niet
Evert Nieuwenhuis
Internationale Samenwerking, 1 februari 2007
Democratie met de loop van het geweer verspreiden, zoals de Amerikanen in Irak proberen, heeft geen zin. Maar zonder buitenlandse hulp komt een democratie zelden tot volle wasdom, meent historicus André Gerrits.
André Gerrits: Democratie door interventie

Is het onze plicht om democratie over de wereld te verspreiden? Is elke cultuur geschikt voor democratie? Maakt democratie de wereld veiliger en welvarender? Wanneer is een land ‘rijp’ voor democratie? En hoe kun je landen het best helpen te democratiseren?
Deze en andere vragen bespreekt André Gerrits in zijn boek Democratie door interventie. Gerrits is als historicus verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast is hij voorzitter van de Alfred Mozer Stichting, een aan de PvdA gelieerde organisatie die door middel van training en scholing (sociaal-) democratische partijen in Midden- en Oost-Europa wil ondersteunen.
In een kleine tweehonderd pagina’s bespreekt Gerrits eloquent, gedegen en genuanceerd de belangrijkste discussiepunten omtrent het verspreiden van democratie. Ook de voetangels en klemmen van de praktijk komen aan bod. Gerrits is optimistisch en bescheiden: “Democratiseringshulp maakt een verschil, niet het verschil”.

U schrijft: “Democratie komt van binnenuit, maar democratie zonder enige vorm van externe bemoeienis is in feite onmogelijk”.
“Democratie opleggen – al dan niet met de loop van een geweer, zoals nu in Irak gebeurt – heeft over het algemeen weinig zin. In een dictatuur is het vanzelfsprekend vrijwel onmogelijk om de behoefte aan vrijheid te bepalen. Toch zou ik er van uit gaan dat niet iedereen op ons type democratie zit te wachten, zeker niet als ze ten koste gaat van fysieke veiligheid of economische stabiliteit. Moslims zouden liberale democratie in strijd met hun geloof kunnen achten, maar belangrijker, de overgang naar democratie kan inderdaad gepaard gaan met instabiliteit en politieke onrust. Democratie moet gewenst zijn, in de eerste plaats door de bevolking, maar ook door een belangrijk deel van de heersende politieke, economische en culturele elites. Wie democratie van buitenaf oplegt, koerst af op deceptie of grotere rampen. Tegelijkertijd is buitenlandse bemoeienis essentieel: democratisering op eigen kracht is vrijwel uitgesloten. Alle landen die de overgang naar democratie hebben gemaakt, deden dat met druk of hulp van buitenaf.”

Zijn wij het daarom verplicht om democratie te verspreiden?
“Nee. Het respecteren van de wensen van burgers is vooral de verantwoordelijkheid van nationale overheden. Wie vindt dat wij het verplicht zijn om elders in te grijpen, pleit voor een gemankeerd en onhaalbaar ideaal: het maakt iedereen in het algemeen en daarom niemand in het bijzonder verantwoordelijk. Het leidt ook tot chaos, omdat je het soevereiniteitsbeginsel overboord gooit. Bovendien is het een ernstige overschatting van onze mogelijkheden: wij kunnen nu eenmaal niet overal democratie brengen.
“Ik pleit voor ‘pragmatisch idealisme’. Het pragmatisme wordt verrijkt met een portie idealisme, en het idealisme wordt in de hand gehouden met een dosis pragmatisme. Morele verontwaardiging of goede bedoelingen zijn mooi, maar buitenlandse politiek, waaronder democratische interventie, moet vooral beoordeeld worden op gevolgen, niet op intenties. Mijn pragmatisch idealisme is dus niet gebaseerd op dagdromerij, maar op concrete, principiële ideeën gecombineerd met reële inschattingen van de mogelijkheden.”

Wanneer is een land ‘rijp’ voor democratie? Paul Collier, een invloedrijke econoom verbonden aan de universiteit van Oxford, stelde onlangs dat in door conflicten geteisterde landen, democratie alleen stabiliseert als het jaarlijks inkomen per hoofd van de bevolking hoger is dan 2500 dollar.
“Op die vraag is geen eenduidig antwoord op te geven. Ik geloof niet zo in objectieve voorwaarden waaraan een land moet voldoen wil het vruchtbaar voor democratie zijn. Sommige van mijn collega’s hebben wel van dat soort rijtjes: er moet een middenklasse zijn, een redelijk niveau van welvaart, het land moet een zekere historische ervaring met democratie hebben, et cetera. Die aspecten zijn inderdaad belangrijk, maar niet doorslaggevend. Minstens zo belangrijk zijn subjectieve factoren, zoals de rol van individuen, bijzondere omstandigheden en dom geluk. Juist hier kan internationale democratiebevordering een verschil maken.”

Democratie door interventie — De nieuwe White Man’s Burden?
André Gerrits
Amsterdam University Press
29,90 euro

© Evert Nieuwenhuis / www.evertnieuwenhuis.nl
 
Interview: André Gerrits, historicus
Democratie moet niet
Evert Nieuwenhuis
Internationale Samenwerking, 1 februari 2007
Democratie met de loop van het geweer verspreiden, zoals de Amerikanen in Irak proberen, heeft geen zin. Maar zonder buitenlandse hulp komt een democratie zelden tot volle wasdom, meent historicus André Gerrits.
André Gerrits: Democratie door interventie

Is het onze plicht om democratie over de wereld te verspreiden? Is elke cultuur geschikt voor democratie? Maakt democratie de wereld veiliger en welvarender? Wanneer is een land ‘rijp’ voor democratie? En hoe kun je landen het best helpen te democratiseren?
Deze en andere vragen bespreekt André Gerrits in zijn boek Democratie door interventie. Gerrits is als historicus verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast is hij voorzitter van de Alfred Mozer Stichting, een aan de PvdA gelieerde organisatie die door middel van training en scholing (sociaal-) democratische partijen in Midden- en Oost-Europa wil ondersteunen.
In een kleine tweehonderd pagina’s bespreekt Gerrits eloquent, gedegen en genuanceerd de belangrijkste discussiepunten omtrent het verspreiden van democratie. Ook de voetangels en klemmen van de praktijk komen aan bod. Gerrits is optimistisch en bescheiden: “Democratiseringshulp maakt een verschil, niet het verschil”.

U schrijft: “Democratie komt van binnenuit, maar democratie zonder enige vorm van externe bemoeienis is in feite onmogelijk”.
“Democratie opleggen – al dan niet met de loop van een geweer, zoals nu in Irak gebeurt – heeft over het algemeen weinig zin. In een dictatuur is het vanzelfsprekend vrijwel onmogelijk om de behoefte aan vrijheid te bepalen. Toch zou ik er van uit gaan dat niet iedereen op ons type democratie zit te wachten, zeker niet als ze ten koste gaat van fysieke veiligheid of economische stabiliteit. Moslims zouden liberale democratie in strijd met hun geloof kunnen achten, maar belangrijker, de overgang naar democratie kan inderdaad gepaard gaan met instabiliteit en politieke onrust. Democratie moet gewenst zijn, in de eerste plaats door de bevolking, maar ook door een belangrijk deel van de heersende politieke, economische en culturele elites. Wie democratie van buitenaf oplegt, koerst af op deceptie of grotere rampen. Tegelijkertijd is buitenlandse bemoeienis essentieel: democratisering op eigen kracht is vrijwel uitgesloten. Alle landen die de overgang naar democratie hebben gemaakt, deden dat met druk of hulp van buitenaf.”

Zijn wij het daarom verplicht om democratie te verspreiden?
“Nee. Het respecteren van de wensen van burgers is vooral de verantwoordelijkheid van nationale overheden. Wie vindt dat wij het verplicht zijn om elders in te grijpen, pleit voor een gemankeerd en onhaalbaar ideaal: het maakt iedereen in het algemeen en daarom niemand in het bijzonder verantwoordelijk. Het leidt ook tot chaos, omdat je het soevereiniteitsbeginsel overboord gooit. Bovendien is het een ernstige overschatting van onze mogelijkheden: wij kunnen nu eenmaal niet overal democratie brengen.
“Ik pleit voor ‘pragmatisch idealisme’. Het pragmatisme wordt verrijkt met een portie idealisme, en het idealisme wordt in de hand gehouden met een dosis pragmatisme. Morele verontwaardiging of goede bedoelingen zijn mooi, maar buitenlandse politiek, waaronder democratische interventie, moet vooral beoordeeld worden op gevolgen, niet op intenties. Mijn pragmatisch idealisme is dus niet gebaseerd op dagdromerij, maar op concrete, principiële ideeën gecombineerd met reële inschattingen van de mogelijkheden.”

Wanneer is een land ‘rijp’ voor democratie? Paul Collier, een invloedrijke econoom verbonden aan de universiteit van Oxford, stelde onlangs dat in door conflicten geteisterde landen, democratie alleen stabiliseert als het jaarlijks inkomen per hoofd van de bevolking hoger is dan 2500 dollar.
“Op die vraag is geen eenduidig antwoord op te geven. Ik geloof niet zo in objectieve voorwaarden waaraan een land moet voldoen wil het vruchtbaar voor democratie zijn. Sommige van mijn collega’s hebben wel van dat soort rijtjes: er moet een middenklasse zijn, een redelijk niveau van welvaart, het land moet een zekere historische ervaring met democratie hebben, et cetera. Die aspecten zijn inderdaad belangrijk, maar niet doorslaggevend. Minstens zo belangrijk zijn subjectieve factoren, zoals de rol van individuen, bijzondere omstandigheden en dom geluk. Juist hier kan internationale democratiebevordering een verschil maken.”

Democratie door interventie — De nieuwe White Man’s Burden?
André Gerrits
Amsterdam University Press
29,90 euro

© Evert Nieuwenhuis / www.evertnieuwenhuis.nl