Jan Pronk en Chris van der Heijden
“Globalisering is apartheid”
Evert Nieuwenhuis
Kinderen Eerst (Unicef), 1 april 2006
Biedt globalisering gelijke kansen voor iedereen? Houden wij in het Westen de mondiale armoede moedwillig in stand? Jan Pronk en Chris van der Heijden schreven beiden een boek over armoede met verschillende antwoorden.
Jan Pronk: Willens en wetens
Jan Pronk was de afgelopen dertig jaar bij elkaar zo’n vijftien jaar minister voor Ontwikkelingssamenwerking. Onlangs verscheen zijn boek Willens en wetens waarin hij zijn gedachten over globalisering en armoede uiteen zet.

In uw boek velt u een hard oordeel over globalisering, het proces waarin landen economisch, politiek en cultureel steeds meer vervlochten raken. Zo schrijft u: “Globalisering is apartheid”.
“Globalisering zou meer mensen dan ooit bij elkaar moeten brengen: de wereld als een dorp waarin iedereen gelijk is. Dat is slechts een deel van het verhaal. Het zijn vooral de middenklassen – die gevormd worden door mensen met geld en bestaanszekerheid – die meedoen aan globalisering. De onderklassen worden buitengesloten. Omdat ze arm zijn, hebben ze geen betekenis voor de mondiale markteconomie. Politiek worden ze genegeerd, waardoor ze geen invloed op belangrijke besluiten hebben. Deze tweedeling is inherent aan globalisering, want er ligt een ideologie aan ten grondslag die economische vrijheid belangrijker vindt dan solidariteit en humaniteit.”

Hoe werkt dat uitsluitingproces in de praktijk?
“Op verschillende manieren. Arme landen lenen bijvoorbeeld noodgedwongen geld van instituten als de Wereldbank en het IMF, en zij eisen dat arme landen zich aanpassen aan de wereldeconomie. Zo moeten overheden belangrijke taken afstaan aan de markt, zoals gezondheidszorg, watervoorziening of onderwijs. Wie geld heeft, heeft toegang tot deze essentiële voorzieningen, en wie arm is telt niet meer mee. Het gevolg is bijvoorbeeld dat arme kinderen op het platteland geen toegang hebben tot onderwijs, gezondheidszorg of drinkwater.”

Door globalisering gaan ook meer mensen tot de middenklasse behoren. Denk aan arme plattelandsmeisjes in China die naar de fabrieken aan de kust trekken en daar geld verdienen.
“Dat klopt. Op termijn zullen zij tot de middenklasse behoren. Maar daarmee zijn de politieke en economische structuren niet doorbroken die arme achterblijvers buitensluiten. De wetten van de markt worden – wereldwijd, dus niet alleen in China – belangrijker gevonden dan democratie en solidariteit.”

Wat kunnen wij, gewone mensen in Nederland, daaraan doen?
“Veel meer dan de meeste mensen denken. Toon je betrokkenheid en solidariteit met slachtoffers van de globalisering dichtbij, zoals vluchtelingen en asielzoekers in Nederland. Verdiep je in standpunten van mensen met een andere culturele achtergrond . Verhef je stem tegen een vorm van economische groei die leidt tot een verslechtering van het klimaat in de wereld. Mensen moeten beseffen dat globalisering ook een politieke kwestie is. Er zijn hervormingen nodig, bijvoorbeeld binnen instituten als de Verenigde Naties, de Wereldbank, het IMF en de Wereldhandelsorganisatie. Dat zijn politieke beslissingen, en dan komt het aan op u en mij, de kiezers. Weet u zeker dat u op een politieke partij stemt die een eerlijke globalisering wil? Ik geef geen stemadvies, maar informeer je over globalisering, vorm een mening en praat erover met andere mensen.”

Hoe? Voor veel mensen is globalisering een onoverzichtelijk onderwerp.
“Er zijn goede boeken te koop die op toegankelijke wijze globalisering uiteenzetten. Maar bezoek ook websites van organisaties die zich met het onderwerp bezighouden. Toon je betrokkenheid met uitgesloten mensen – in woord en daad.”

• • •

 “Op je handen zitten, kun je niet maken”

Chris van der Heijden: Een dollar per dag
Chris van der Heijden reisde twee jaar lang de wereld over om met eigen ogen te zien wat extreme armoede voor mensen betekent. In Een dollar per dag vermengt hij zijn reportages met feitelijke achtergrondverhalen en persoonlijke bespiegelingen.

In uw voorwoord schrijft u: “Laten we er niet om heen draaien: uiteindelijk willen ‘we’ niets doen aan de ellende in de wereld. We zeggen wel dat we er iets aan willen doen, maar daar blijft het bij.” Veel Unicef-leden zullen daar anders over denken – zij maken immers geld over aan een goed doel.
“Ik stel het provocerend, maar de essentie onderschrijf ik volledig. We moeten accepteren dat we in zekere mate hypocriet zijn. We vinden allemaal dat armoede schandalig is, maar doen we ook er ook echt iets aan? Nee, je kunt altijd meer doen. Ik pleit ervoor die hypocrisie te erkennen. Alleen als we toegeven dat we meer moeten doen, kan er iets veranderen. Sus jezelf dus niet in slaap met allerlei mooie gedachten over jezelf.”

We doen het dus nooit goed.
“Nee, het zit anders: je doet het nooit goed genoeg. Geld overmaken aan welke ontwikkelingsorganisatie dan ook, is uitstekend. Maar laat je donaties geen aflaat zijn. Bedenk wat je nog meer kunt doen.”

Zoals?
“Als je tegen kinderarbeid bent, moet je geen spijkerbroeken kopen die door kinderen zijn gemaakt. Iedereen zal dat beamen. Maar vraag jij ook echt aan de verkoper of er geen kinderarbeid aan te pas is gekomen? En ben je echt bereid om meer geld voor een ‘eerlijke’ spijkerbroek te betalen? Meer mensen niet dan wel, vrees ik.”

Ook in uw nawoord bent u cynisch: “Hulp helpt niet. (...) Zolang de zwakken het heft niet in eigen hand nemen en aanvaarden dat de sterken hun problemen oplossen, zelfs al is het deels, blijven ze zwak en verandert er onvoldoende.”

“Ja, dat klinkt nogal hard. Kijk, oplossing voor de problemen van ‘de zwakken’, waarmee ik miljarden mensen bedoel die elke dag tegen hun armoede vechten om te overleven, liggen in eerste instantie bij hen zelf en hun politieke leiders. We moeten af van de gedachte dat wij, de rijken, in staat zouden zijn om al hun problemen op te lossen. Om met wijlen prins Claus te spreken: wij kunnen mensen slechts helpen om zichzelf te helpen.”

Halverwege uw boek beschrijft u het lot van een jong meisje in een afgelegen, armoedig dorp in Jemen. Ze wil vooruit, ze wil een moderne, zelfstandige vrouw worden. Hoe kunnen we haar helpen zichzelf te helpen?

“Met opvoeding en onderwijs begint alles. Dit Jemenitische meisje woont in een cultuur waar meisjes ondergeschikt zijn aan jongens. Wij kunnen bijvoorbeeld helpen door haar te leren rekenen en schrijven, en haar te laten zien dat de wereld groter is dan haar dorp. Dat zal verdomde lastig zijn in zo’n traditionele cultuur, maar het is de moeite van het proberen meer dan waard.”

Al met al: bent u optimistisch of pessimistisch over de strijd tegen armoede?
“Optimisme is een morele plicht, net als een gezonde dosis scepsis een vereiste is. Wie arme mensen wil helpen, moet beseffen dat wij weinig kunnen doen. Maar let op: dat maakt de verplichting om te doen wat we kunnen doen, alleen maar groter. Ga niet op je handen zitten. Dat kun je niet maken.”

Jan Pronk: Willens en wetens – Gedachten over globalisering en politiek
Bert Bakker, 2005
ISBN: 90 351 2877 X. €18,95.

Chris van der Heijden: Een dollar per dag – Arm & rijk in de wereld van nu
Contact, 2005
ISBN: 90 254 2753 7. €22,90.

Het rapport State of the World’s Childeren 2006 - Excluded and invisible is te downloaden via www.unicef.nl/nieuws.
© Evert Nieuwenhuis / www.evertnieuwenhuis.nl
 
Jan Pronk en Chris van der Heijden
“Globalisering is apartheid”
Evert Nieuwenhuis
Kinderen Eerst (Unicef), 1 april 2006
Biedt globalisering gelijke kansen voor iedereen? Houden wij in het Westen de mondiale armoede moedwillig in stand? Jan Pronk en Chris van der Heijden schreven beiden een boek over armoede met verschillende antwoorden.
Jan Pronk: Willens en wetens
Jan Pronk was de afgelopen dertig jaar bij elkaar zo’n vijftien jaar minister voor Ontwikkelingssamenwerking. Onlangs verscheen zijn boek Willens en wetens waarin hij zijn gedachten over globalisering en armoede uiteen zet.

In uw boek velt u een hard oordeel over globalisering, het proces waarin landen economisch, politiek en cultureel steeds meer vervlochten raken. Zo schrijft u: “Globalisering is apartheid”.
“Globalisering zou meer mensen dan ooit bij elkaar moeten brengen: de wereld als een dorp waarin iedereen gelijk is. Dat is slechts een deel van het verhaal. Het zijn vooral de middenklassen – die gevormd worden door mensen met geld en bestaanszekerheid – die meedoen aan globalisering. De onderklassen worden buitengesloten. Omdat ze arm zijn, hebben ze geen betekenis voor de mondiale markteconomie. Politiek worden ze genegeerd, waardoor ze geen invloed op belangrijke besluiten hebben. Deze tweedeling is inherent aan globalisering, want er ligt een ideologie aan ten grondslag die economische vrijheid belangrijker vindt dan solidariteit en humaniteit.”

Hoe werkt dat uitsluitingproces in de praktijk?
“Op verschillende manieren. Arme landen lenen bijvoorbeeld noodgedwongen geld van instituten als de Wereldbank en het IMF, en zij eisen dat arme landen zich aanpassen aan de wereldeconomie. Zo moeten overheden belangrijke taken afstaan aan de markt, zoals gezondheidszorg, watervoorziening of onderwijs. Wie geld heeft, heeft toegang tot deze essentiële voorzieningen, en wie arm is telt niet meer mee. Het gevolg is bijvoorbeeld dat arme kinderen op het platteland geen toegang hebben tot onderwijs, gezondheidszorg of drinkwater.”

Door globalisering gaan ook meer mensen tot de middenklasse behoren. Denk aan arme plattelandsmeisjes in China die naar de fabrieken aan de kust trekken en daar geld verdienen.
“Dat klopt. Op termijn zullen zij tot de middenklasse behoren. Maar daarmee zijn de politieke en economische structuren niet doorbroken die arme achterblijvers buitensluiten. De wetten van de markt worden – wereldwijd, dus niet alleen in China – belangrijker gevonden dan democratie en solidariteit.”

Wat kunnen wij, gewone mensen in Nederland, daaraan doen?
“Veel meer dan de meeste mensen denken. Toon je betrokkenheid en solidariteit met slachtoffers van de globalisering dichtbij, zoals vluchtelingen en asielzoekers in Nederland. Verdiep je in standpunten van mensen met een andere culturele achtergrond . Verhef je stem tegen een vorm van economische groei die leidt tot een verslechtering van het klimaat in de wereld. Mensen moeten beseffen dat globalisering ook een politieke kwestie is. Er zijn hervormingen nodig, bijvoorbeeld binnen instituten als de Verenigde Naties, de Wereldbank, het IMF en de Wereldhandelsorganisatie. Dat zijn politieke beslissingen, en dan komt het aan op u en mij, de kiezers. Weet u zeker dat u op een politieke partij stemt die een eerlijke globalisering wil? Ik geef geen stemadvies, maar informeer je over globalisering, vorm een mening en praat erover met andere mensen.”

Hoe? Voor veel mensen is globalisering een onoverzichtelijk onderwerp.
“Er zijn goede boeken te koop die op toegankelijke wijze globalisering uiteenzetten. Maar bezoek ook websites van organisaties die zich met het onderwerp bezighouden. Toon je betrokkenheid met uitgesloten mensen – in woord en daad.”

• • •

 “Op je handen zitten, kun je niet maken”

Chris van der Heijden: Een dollar per dag
Chris van der Heijden reisde twee jaar lang de wereld over om met eigen ogen te zien wat extreme armoede voor mensen betekent. In Een dollar per dag vermengt hij zijn reportages met feitelijke achtergrondverhalen en persoonlijke bespiegelingen.

In uw voorwoord schrijft u: “Laten we er niet om heen draaien: uiteindelijk willen ‘we’ niets doen aan de ellende in de wereld. We zeggen wel dat we er iets aan willen doen, maar daar blijft het bij.” Veel Unicef-leden zullen daar anders over denken – zij maken immers geld over aan een goed doel.
“Ik stel het provocerend, maar de essentie onderschrijf ik volledig. We moeten accepteren dat we in zekere mate hypocriet zijn. We vinden allemaal dat armoede schandalig is, maar doen we ook er ook echt iets aan? Nee, je kunt altijd meer doen. Ik pleit ervoor die hypocrisie te erkennen. Alleen als we toegeven dat we meer moeten doen, kan er iets veranderen. Sus jezelf dus niet in slaap met allerlei mooie gedachten over jezelf.”

We doen het dus nooit goed.
“Nee, het zit anders: je doet het nooit goed genoeg. Geld overmaken aan welke ontwikkelingsorganisatie dan ook, is uitstekend. Maar laat je donaties geen aflaat zijn. Bedenk wat je nog meer kunt doen.”

Zoals?
“Als je tegen kinderarbeid bent, moet je geen spijkerbroeken kopen die door kinderen zijn gemaakt. Iedereen zal dat beamen. Maar vraag jij ook echt aan de verkoper of er geen kinderarbeid aan te pas is gekomen? En ben je echt bereid om meer geld voor een ‘eerlijke’ spijkerbroek te betalen? Meer mensen niet dan wel, vrees ik.”

Ook in uw nawoord bent u cynisch: “Hulp helpt niet. (...) Zolang de zwakken het heft niet in eigen hand nemen en aanvaarden dat de sterken hun problemen oplossen, zelfs al is het deels, blijven ze zwak en verandert er onvoldoende.”

“Ja, dat klinkt nogal hard. Kijk, oplossing voor de problemen van ‘de zwakken’, waarmee ik miljarden mensen bedoel die elke dag tegen hun armoede vechten om te overleven, liggen in eerste instantie bij hen zelf en hun politieke leiders. We moeten af van de gedachte dat wij, de rijken, in staat zouden zijn om al hun problemen op te lossen. Om met wijlen prins Claus te spreken: wij kunnen mensen slechts helpen om zichzelf te helpen.”

Halverwege uw boek beschrijft u het lot van een jong meisje in een afgelegen, armoedig dorp in Jemen. Ze wil vooruit, ze wil een moderne, zelfstandige vrouw worden. Hoe kunnen we haar helpen zichzelf te helpen?

“Met opvoeding en onderwijs begint alles. Dit Jemenitische meisje woont in een cultuur waar meisjes ondergeschikt zijn aan jongens. Wij kunnen bijvoorbeeld helpen door haar te leren rekenen en schrijven, en haar te laten zien dat de wereld groter is dan haar dorp. Dat zal verdomde lastig zijn in zo’n traditionele cultuur, maar het is de moeite van het proberen meer dan waard.”

Al met al: bent u optimistisch of pessimistisch over de strijd tegen armoede?
“Optimisme is een morele plicht, net als een gezonde dosis scepsis een vereiste is. Wie arme mensen wil helpen, moet beseffen dat wij weinig kunnen doen. Maar let op: dat maakt de verplichting om te doen wat we kunnen doen, alleen maar groter. Ga niet op je handen zitten. Dat kun je niet maken.”

Jan Pronk: Willens en wetens – Gedachten over globalisering en politiek
Bert Bakker, 2005
ISBN: 90 351 2877 X. €18,95.

Chris van der Heijden: Een dollar per dag – Arm & rijk in de wereld van nu
Contact, 2005
ISBN: 90 254 2753 7. €22,90.

Het rapport State of the World’s Childeren 2006 - Excluded and invisible is te downloaden via www.unicef.nl/nieuws.
© Evert Nieuwenhuis / www.evertnieuwenhuis.nl