Opiniestuk: Massamedia in de rest van de wereld
Wie zegt dat massamedia dood zijn, let niet op
Evert Nieuwenhuis
nrc.next, 8 juni 2007
De Balie staat vandaag en morgen in het teken van het einde van de massamedia. De twee miljard kijkers van telenovelas worden voor het gemak maar even vergeten.

Reclame voor een Braziliaanse soap in China
© Foreign Policy

“Massamedia bereiken geen massa’s meer” kopte de allereerste nrc.next, op 14 maart 2006. Het media-aanbod explodeert: meer kranten, meer televisiekanalen en natuurlijk de wildgroei van blogs, user generated content (YouTube) en andere manifestaties van Web 2.0. “Het zijn allemaal media”, schreef deze krant, “maar ze zijn steeds minder massamedia”. Ook vanavond en morgen zal tijdens InfoWarRoom, de programmaserie voor mediakritiek en beeldcultuur van het Amsterdamse debatcentrum De Balie, het einde van het tijdperk van de massamedia worden bezongen (zie kader).
Het is ontegenzeglijk waar: het medialandschap verandert. Maar het einde van de massamedia? Dat moet dan nog wel verteld worden aan de 1,2 miljoenen kijkers van De Grote Donorshow, de 730 duizend dagelijkse lezers van De Telegraaf (de oplage steeg in 2006 met 2,1 procent) of de zevenhonderdduizend luisteraars die elke zaterdagochtend afstemmen op het vrolijke programma Cappuccino op Radio 2. Laten we ook eens over onze dijken heen kijken. In ontwikkelingslanden, waar ongeveer vijf miljard van de 6,4 miljard mensen wonen, beleven massamedia nog altijd hoogtijdagen. Met verrassend positieve gevolgen.

Meer media, meer massa's
Globalisering, het proces waarbij landsgrenzen vervagen, leidt tot een verrijking van het medialandschap, stelt het United Nations Development Programme (UNDP; 2003). “De meeste mensen hebben veel meer informatiebronnen (...) dan ze tien jaar geleden hadden.” Met name in ontwikkelingslanden is de toegenomen diversiteit van kranten, radio- en televisiestations “spectaculair”, aldus het UNDP. Het aantal krantentitels verdubbelde, het aantal radiostations verdrievoudigde en ook het aantal televisiestations nam explosief toe.
Meer media dus, net als in het Westen. Maar bereiken deze nieuwe media de massa’s? Cijfers van het UNDP wijzen uit van wel: de oplage van kranten en het bezit van televisie- en radiotoestellen nemen nog altijd hand over hand toe, net als het aantal radio- en televisiezenders.

Arabische satellietzenders
Neem de Arabische satellietzenders. Sinds de tweede helft van de jaren negentig schitteren er naast westerse satellietzenders (CNN, BBC World) nieuwe sterren aan het firmament: Arabische zenders. Van het meest westelijke puntje in Marokko tot het meest plaatsje in Oman bieden zenders als Al Jazeera en Al Arabiya hun kijkers een blik op de wereld (zie kader). In de theehuizen van Beiroet, Cairo en Bagdad worden dezelfde onderwerpen besproken, variërend van de oorlog in Irak tot de interpretatie van koranteksten. De pan-Arabische satellietzenders doen wat alleen massamedia kunnen: het creëren van culturele eenheid door mensen dezelfde verhalen en beelden voor te schotelen. De satelliettelevisie heeft volgens het Britse tijdschrift The Economist “een begin gemaakt met iets dat vijftig jaar van speeches en gestes niet heeft kunnen doen: het verwezenlijken van de droom die Arabische eenheid heet”.
Een positief effect van de Arabische satellietzenders is dat zij vrijheid en verlichting verspreiden. Zenders als Al Jazeera en met name Al Arabiya hebben bij ons een slechte reputatie. Deze zenders laten zich inderdaad niet altijd even vriendelijk uit over het Westen. Maar ook niet over Arabische leiders. Hoewel vrijheid van meningsuiting zeer zeldzaam is in de Arabische wereld, trekken zenders als Al Jazeera zich gelukkig niets aan van censuur en tonen ze felle en openhartige discussies over vragen als: “zijn onze leiders niet het voorbeeld van corruptie, achterlijkheid en tirannie?”
Ook op andere manieren dragen de satellietzenders bij aan vrijheid. Een voorbeeld. In Saoedi-Arabië mogen vrouwen niet autorijden. Als zij op televisie zien dat in hun buurlanden islamitische vrouwen wél achter het stuur zitten, hebben ze een stok om hun onderdrukkers mee te slaan.

Soaps
Maar de echte sterren van de mondiale massamedia zijn soaps. Niet alleen bieden deze melodrama’s verlichting door onbezonnen gezwijmel, ze zijn ook een punt van herkenning en zelfs bron van inspiratie voor ’s werelds minder bedeelden. De Latijns-Amerikaanse soaps, de zogenoemde telenovelas, betoveren kijkers van de Mongoolse steppe tot de Braziliaanse Amazone. Wereldwijd kijken zo’n twee miljard mensen naar telenovelas: een op de drie wereldburgers (zie kader).
Ikzelf leerde de telenovela kennen op Cuba in 1994. In een slaperig stadje gebeurde ’s avonds klokslag zeven iets vreemds. Uit bijna alle open ramen kwam hetzelfde geluid: Cuba’s favoriete Mexicaanse telenovela begon. Onlangs was ik in Timboektoe, de legendarische woestijnstad in Mali. Drommen mensen vergaapten zich aan een Frans nagesynchroniseerde Braziliaanse telenovela.
De opkomst van de soaps in met name ontwikkelingslanden is te verklaren door hun thematiek. Deels is die hetzelfde als in het Westen. Zoals een Colombiaanse telenovela-producer het uitlegde aan het Amerikaanse tijdschrift Foreign Policy (2005): „Een stel wil elkaar zoenen, maar de schrijver staat dat pas na tweehonderd afleveringen toe.” Maar de thematiek is tegelijkertijd anders dan in het Westen. De hoofdpersonen komen niet uit een rijke familie, maar zijn meestal de bedienden van die families; de verschoppelingen, degenen die ploeteren om in leven te blijven en daar eer in vinden. Los Ricos También Lloran (Ook de rijken huilen) heet een populaire telenovela. Een serveerster in Manilla verklaarde aan het blad Colors (2004) haar liefde voor Miramar, de hoofdpersoon in een gelijknamige Mexicaanse soap: „Ik houd van Miramar omdat ze dezelfde problemen heeft als wij. Ze is arm zoals wij, haar huis is afgebrand, ze hebben haar mishandeld en vernederd. Ze is bijna een Filippijnse.”

Massamedia hebben in Nederland, maar vooral in ontwikkelingslanden, nog altijd een glansrijke carrière voor de boeg. Gelukkig maar, want massamedia bieden wereldwijd meer verlichting dan wij vaak denken – als tranentrekker, maar ook als podium voor vrije meningsuiting.

Evert Nieuwenhuis schreef De Grote Globaliseringsgids – van Aandeelhouder tot Zapatista
Dit stuk is een bewerking van een lezing die hij in De Balie gaf.

 

De wereld van de telenovela
  • Telenovela’s zijn Zuid-Amerika’s belangrijkste culturele exportproducten.
  • Wereldwijd kijken 2 miljard mensen naar telenovela’s.
  • De melodrama’s veroveren de harten van kijkers in uiteenlopende landen als Kameroen, Polen, China, Indonesië, Servië, Cambodja, Rusland en de Filippijnen.
  • De mondiale markt voor telenovela’s is zo groot, dat nu ook de grootste mediabedrijven als Sony hun eigen telenovela’s ontwikkelen.
  • Telenovela’s hebben hun wortels in Cuba, waar in de 19e eeuw romans als Les Misérables werden voorgelezen tijdens het rollen van sigaren.
  • De Mexicaanse soap La Usurpadora (De plaatsvervangster) is een van de populairste telenovela’s en wordt in meer dan 120 landen vertoond. Zelfs de meest populaire Amerikaanse soap The Bold and the Beautiful (450 miljoen kijkers in 98 landen) heeft niet zo veel kijkers.
  • In de Filippijnen wordt de Mexicaanse soap Miramar door bijna de helft van de bevolking bekeken. Tienduizenden fans verwelkomden Thalia, de ster van de show, in 1996, op het vliegveld. Thalia werd ook ontvangen door president Fidel Ramos en zij sprak tweemaal een stadion vol fans toe.
  • In Abidjan (Ivoorkust) werd in 2002 tijdens de ramadan het gebed voor de moskee verschoven, zodat de gelovigen de laatste aflevering van Miramar niet hoefden te missen.
  • In Rusland is de laatste aflevering van de Mexicaanse soap Los Ricos También Lloran (Ook de rijken huilen) het best bekeken televisieprogramma ooit. De soap werd in 1992 bekeken door zeventig procent van de bevolking.
  • Wijlen Boris Jeltsin was in 1992 niet in de gelegenheid om op de nationale televisiezender om klokslag twaalf het nieuwe jaar in te luiden. De regering liet een opiniepeiling uitvoeren wie Jeltsin moest vervangen. De Russische bevolking koos Rogelio Guerra, een van de hoofdrolspelers van Los Ricos También Lloran, die vereerd de honneurs waarnam.
Bron: De Grote Globaliseringsgids – van Aandeelhouder tot Zapatista

 

Arabische satellietzenders
  • Er zijn ruim 150 Arabische satellietkanalen.
  • Al Jazeera bereikt tussen de veertig en vijftig miljoen mensen (2005).
  • In een stad als Cairo kijkt 88 procent regelmatig naar Al Jazeera 35 procent regelmatig naar concurrent Al Arabiya (2005).
  • Alleen Irak en Libanon staan commerciële omroepen toe op de nationale televisie, alle andere Arabische landen kennen alleen staatstelevisie.
  • Nooit deden meer Arabieren mee aan een vrije verkiezing dan tijdens de Idols-variant die de Libanese satellietzender Future TV in 2004 uitzond: ruim vijftien miljoen Arabieren konden in alle vrijheid op hun favoriete kandidaat stemmen.
Bron: De Grote Globaliseringsgids – van Aandeelhouder tot Zapatista

 

InfoWarRoom
Vanavond en morgen staat het Amsterdamse debatcentrum De Balie in het teken van de sloteditie van de InfoWarRoom, sinds 2003 de programmaserie voor mediakritiek en beeldcultuur van De Balie.
Het programma is een doorlopende opeenvolging van lezingen, voordrachten, discussies, workshops, interviews en videostatements, met hier en daar een film, een constante beeldenstorm, een echte warroom, en uiteindelijk een chaotisch slotfeest met Molotov cocktails – alle gecentreerd rond de stelling dat het tijdperk van de massamedia voorbij is. Met o.a. mediatheoreticus Arthur Kroker (ctheory.net), Arnold Karskens, Frank van Vree, Patricia Pisters en Tom Barman (dEUS).
Bovenstaand artikel is een bewerking van een van de lezingen die vanavond op het programma staan.
De Balie, Kleine-Gartmanplantsoen 10, Amsterdam. Vrijdag 8 en zaterdag 9 juni: 15:00 – 1:00. Entree gratis. www.debalie.nl

© Evert Nieuwenhuis / www.evertnieuwenhuis.nl
 
Opiniestuk: Massamedia in de rest van de wereld
Wie zegt dat massamedia dood zijn, let niet op
Evert Nieuwenhuis
nrc.next, 8 juni 2007
De Balie staat vandaag en morgen in het teken van het einde van de massamedia. De twee miljard kijkers van telenovelas worden voor het gemak maar even vergeten.

Reclame voor een Braziliaanse soap in China
© Foreign Policy

“Massamedia bereiken geen massa’s meer” kopte de allereerste nrc.next, op 14 maart 2006. Het media-aanbod explodeert: meer kranten, meer televisiekanalen en natuurlijk de wildgroei van blogs, user generated content (YouTube) en andere manifestaties van Web 2.0. “Het zijn allemaal media”, schreef deze krant, “maar ze zijn steeds minder massamedia”. Ook vanavond en morgen zal tijdens InfoWarRoom, de programmaserie voor mediakritiek en beeldcultuur van het Amsterdamse debatcentrum De Balie, het einde van het tijdperk van de massamedia worden bezongen (zie kader).
Het is ontegenzeglijk waar: het medialandschap verandert. Maar het einde van de massamedia? Dat moet dan nog wel verteld worden aan de 1,2 miljoenen kijkers van De Grote Donorshow, de 730 duizend dagelijkse lezers van De Telegraaf (de oplage steeg in 2006 met 2,1 procent) of de zevenhonderdduizend luisteraars die elke zaterdagochtend afstemmen op het vrolijke programma Cappuccino op Radio 2. Laten we ook eens over onze dijken heen kijken. In ontwikkelingslanden, waar ongeveer vijf miljard van de 6,4 miljard mensen wonen, beleven massamedia nog altijd hoogtijdagen. Met verrassend positieve gevolgen.

Meer media, meer massa's
Globalisering, het proces waarbij landsgrenzen vervagen, leidt tot een verrijking van het medialandschap, stelt het United Nations Development Programme (UNDP; 2003). “De meeste mensen hebben veel meer informatiebronnen (...) dan ze tien jaar geleden hadden.” Met name in ontwikkelingslanden is de toegenomen diversiteit van kranten, radio- en televisiestations “spectaculair”, aldus het UNDP. Het aantal krantentitels verdubbelde, het aantal radiostations verdrievoudigde en ook het aantal televisiestations nam explosief toe.
Meer media dus, net als in het Westen. Maar bereiken deze nieuwe media de massa’s? Cijfers van het UNDP wijzen uit van wel: de oplage van kranten en het bezit van televisie- en radiotoestellen nemen nog altijd hand over hand toe, net als het aantal radio- en televisiezenders.

Arabische satellietzenders
Neem de Arabische satellietzenders. Sinds de tweede helft van de jaren negentig schitteren er naast westerse satellietzenders (CNN, BBC World) nieuwe sterren aan het firmament: Arabische zenders. Van het meest westelijke puntje in Marokko tot het meest plaatsje in Oman bieden zenders als Al Jazeera en Al Arabiya hun kijkers een blik op de wereld (zie kader). In de theehuizen van Beiroet, Cairo en Bagdad worden dezelfde onderwerpen besproken, variërend van de oorlog in Irak tot de interpretatie van koranteksten. De pan-Arabische satellietzenders doen wat alleen massamedia kunnen: het creëren van culturele eenheid door mensen dezelfde verhalen en beelden voor te schotelen. De satelliettelevisie heeft volgens het Britse tijdschrift The Economist “een begin gemaakt met iets dat vijftig jaar van speeches en gestes niet heeft kunnen doen: het verwezenlijken van de droom die Arabische eenheid heet”.
Een positief effect van de Arabische satellietzenders is dat zij vrijheid en verlichting verspreiden. Zenders als Al Jazeera en met name Al Arabiya hebben bij ons een slechte reputatie. Deze zenders laten zich inderdaad niet altijd even vriendelijk uit over het Westen. Maar ook niet over Arabische leiders. Hoewel vrijheid van meningsuiting zeer zeldzaam is in de Arabische wereld, trekken zenders als Al Jazeera zich gelukkig niets aan van censuur en tonen ze felle en openhartige discussies over vragen als: “zijn onze leiders niet het voorbeeld van corruptie, achterlijkheid en tirannie?”
Ook op andere manieren dragen de satellietzenders bij aan vrijheid. Een voorbeeld. In Saoedi-Arabië mogen vrouwen niet autorijden. Als zij op televisie zien dat in hun buurlanden islamitische vrouwen wél achter het stuur zitten, hebben ze een stok om hun onderdrukkers mee te slaan.

Soaps
Maar de echte sterren van de mondiale massamedia zijn soaps. Niet alleen bieden deze melodrama’s verlichting door onbezonnen gezwijmel, ze zijn ook een punt van herkenning en zelfs bron van inspiratie voor ’s werelds minder bedeelden. De Latijns-Amerikaanse soaps, de zogenoemde telenovelas, betoveren kijkers van de Mongoolse steppe tot de Braziliaanse Amazone. Wereldwijd kijken zo’n twee miljard mensen naar telenovelas: een op de drie wereldburgers (zie kader).
Ikzelf leerde de telenovela kennen op Cuba in 1994. In een slaperig stadje gebeurde ’s avonds klokslag zeven iets vreemds. Uit bijna alle open ramen kwam hetzelfde geluid: Cuba’s favoriete Mexicaanse telenovela begon. Onlangs was ik in Timboektoe, de legendarische woestijnstad in Mali. Drommen mensen vergaapten zich aan een Frans nagesynchroniseerde Braziliaanse telenovela.
De opkomst van de soaps in met name ontwikkelingslanden is te verklaren door hun thematiek. Deels is die hetzelfde als in het Westen. Zoals een Colombiaanse telenovela-producer het uitlegde aan het Amerikaanse tijdschrift Foreign Policy (2005): „Een stel wil elkaar zoenen, maar de schrijver staat dat pas na tweehonderd afleveringen toe.” Maar de thematiek is tegelijkertijd anders dan in het Westen. De hoofdpersonen komen niet uit een rijke familie, maar zijn meestal de bedienden van die families; de verschoppelingen, degenen die ploeteren om in leven te blijven en daar eer in vinden. Los Ricos También Lloran (Ook de rijken huilen) heet een populaire telenovela. Een serveerster in Manilla verklaarde aan het blad Colors (2004) haar liefde voor Miramar, de hoofdpersoon in een gelijknamige Mexicaanse soap: „Ik houd van Miramar omdat ze dezelfde problemen heeft als wij. Ze is arm zoals wij, haar huis is afgebrand, ze hebben haar mishandeld en vernederd. Ze is bijna een Filippijnse.”

Massamedia hebben in Nederland, maar vooral in ontwikkelingslanden, nog altijd een glansrijke carrière voor de boeg. Gelukkig maar, want massamedia bieden wereldwijd meer verlichting dan wij vaak denken – als tranentrekker, maar ook als podium voor vrije meningsuiting.

Evert Nieuwenhuis schreef De Grote Globaliseringsgids – van Aandeelhouder tot Zapatista
Dit stuk is een bewerking van een lezing die hij in De Balie gaf.

 

De wereld van de telenovela
  • Telenovela’s zijn Zuid-Amerika’s belangrijkste culturele exportproducten.
  • Wereldwijd kijken 2 miljard mensen naar telenovela’s.
  • De melodrama’s veroveren de harten van kijkers in uiteenlopende landen als Kameroen, Polen, China, Indonesië, Servië, Cambodja, Rusland en de Filippijnen.
  • De mondiale markt voor telenovela’s is zo groot, dat nu ook de grootste mediabedrijven als Sony hun eigen telenovela’s ontwikkelen.
  • Telenovela’s hebben hun wortels in Cuba, waar in de 19e eeuw romans als Les Misérables werden voorgelezen tijdens het rollen van sigaren.
  • De Mexicaanse soap La Usurpadora (De plaatsvervangster) is een van de populairste telenovela’s en wordt in meer dan 120 landen vertoond. Zelfs de meest populaire Amerikaanse soap The Bold and the Beautiful (450 miljoen kijkers in 98 landen) heeft niet zo veel kijkers.
  • In de Filippijnen wordt de Mexicaanse soap Miramar door bijna de helft van de bevolking bekeken. Tienduizenden fans verwelkomden Thalia, de ster van de show, in 1996, op het vliegveld. Thalia werd ook ontvangen door president Fidel Ramos en zij sprak tweemaal een stadion vol fans toe.
  • In Abidjan (Ivoorkust) werd in 2002 tijdens de ramadan het gebed voor de moskee verschoven, zodat de gelovigen de laatste aflevering van Miramar niet hoefden te missen.
  • In Rusland is de laatste aflevering van de Mexicaanse soap Los Ricos También Lloran (Ook de rijken huilen) het best bekeken televisieprogramma ooit. De soap werd in 1992 bekeken door zeventig procent van de bevolking.
  • Wijlen Boris Jeltsin was in 1992 niet in de gelegenheid om op de nationale televisiezender om klokslag twaalf het nieuwe jaar in te luiden. De regering liet een opiniepeiling uitvoeren wie Jeltsin moest vervangen. De Russische bevolking koos Rogelio Guerra, een van de hoofdrolspelers van Los Ricos También Lloran, die vereerd de honneurs waarnam.
Bron: De Grote Globaliseringsgids – van Aandeelhouder tot Zapatista

 

Arabische satellietzenders
  • Er zijn ruim 150 Arabische satellietkanalen.
  • Al Jazeera bereikt tussen de veertig en vijftig miljoen mensen (2005).
  • In een stad als Cairo kijkt 88 procent regelmatig naar Al Jazeera 35 procent regelmatig naar concurrent Al Arabiya (2005).
  • Alleen Irak en Libanon staan commerciële omroepen toe op de nationale televisie, alle andere Arabische landen kennen alleen staatstelevisie.
  • Nooit deden meer Arabieren mee aan een vrije verkiezing dan tijdens de Idols-variant die de Libanese satellietzender Future TV in 2004 uitzond: ruim vijftien miljoen Arabieren konden in alle vrijheid op hun favoriete kandidaat stemmen.
Bron: De Grote Globaliseringsgids – van Aandeelhouder tot Zapatista

 

InfoWarRoom
Vanavond en morgen staat het Amsterdamse debatcentrum De Balie in het teken van de sloteditie van de InfoWarRoom, sinds 2003 de programmaserie voor mediakritiek en beeldcultuur van De Balie.
Het programma is een doorlopende opeenvolging van lezingen, voordrachten, discussies, workshops, interviews en videostatements, met hier en daar een film, een constante beeldenstorm, een echte warroom, en uiteindelijk een chaotisch slotfeest met Molotov cocktails – alle gecentreerd rond de stelling dat het tijdperk van de massamedia voorbij is. Met o.a. mediatheoreticus Arthur Kroker (ctheory.net), Arnold Karskens, Frank van Vree, Patricia Pisters en Tom Barman (dEUS).
Bovenstaand artikel is een bewerking van een van de lezingen die vanavond op het programma staan.
De Balie, Kleine-Gartmanplantsoen 10, Amsterdam. Vrijdag 8 en zaterdag 9 juni: 15:00 – 1:00. Entree gratis. www.debalie.nl

© Evert Nieuwenhuis / www.evertnieuwenhuis.nl