Idealisme onder jongeren
Vlieg lekker naar New York, maar plant ook 59 bomen: feestend verbeteren wij de wereld
Evert Nieuwenhuis
NRC Handelsblad, 19 november 2005
De Standaard (België), 7 januari 2006
Het idealisme à la carte en de feestelijke solidariteit van mijn generatie zijn veel effectiever en duurzamer dan de ijzeren principes van de hemelbestormers van vorige generaties.

Zomaar een maandagavond in Amsterdam. Voor de deur van de Melkweg verdringen zich honderden jongeren die naar binnen willen. Vanavond geen concert van the next big thing in de hitlijsten, maar een debat- en feestavond ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van de Verenigde Naties. In de rest van Nederland bleef deze historische dag onopgemerkt, maar hier staan jongeren in de rij voor ‘De Nacht van de VN’.
Eenmaal binnen is het overal dringen geblazen. Bijvoorbeeld bij het debat tussen Tweede-Kamerleden, of tijdens het vraaggesprek met de econome Noreena Hertz. Toegangsbewijzen voor de kleinere werkgroepen over onderwerpen als vrouwenrechten, conflictpreventie, armoede en de hervormingen van de VN, waren voor aanvang al uitverkocht. Als Ruud Lubbers zijn lezing houdt, ontstaat een opstopping in het trappenhuis. Ondertussen duiken overal de campagneteams op van Wilco (1982), Ruben (1983) of Faranak (1986). Ze delen folders uit en worden niet moe om uit te leggen waarom hun kandidaat het meest geschikt is om de volgende Jongerenvertegenwoordiger in de VN te worden. Na het slotdebat tussen de kandidaten en de bekendmaking van de uitslag van de verkiezing, spelen bands als Bløf, Pete Philly en Hotlipzz & Jane tot diep in de nacht.

Het nieuwe idealisme
Goed nieuws: jongeren zijn weer geëngageerd. Het nieuwe engagement bruist en borrelt overal. Er gaat bijna geen popfestival voorbij zonder een debat tussen politici, bekende Nederlanders en de bezoekers, georganiseerd door het jonge en hippe Coolpolitics. Amnesty International stuurt met groot succes jongeren sms-jes als: “Na indienen klacht wegens marteling door militaire politie worden 4 Braziliaanse mannen met de dood bedreigd. Protesteer! SMS JA naar 4777.’’ Het boek Praktisch Idealisme - handboek voor de beginnende wereldverbeteraar van Natasja van den Berg (1975) en Sophie Koers (1975) is een heuse longseller. Het is geen toeval dat de omroep LLiNK, die maatschappelijk relevante onderwerpen toegankelijk wil maken voor een jong publiek, dit seizoen het levenslicht zag.
Het blijft overigens niet alleen bij feesten voor het goede doel, zoals tijdens de Nacht voor de VN. Particulieren – met name twintigers en dertigers – verlaten huis en haard om zelfstandig in een ontwikkelingsland een kleinschalig hulpproject op te zetten. Ze openen weeshuizen, scholen of zelfs een bank die microkredieten verschaft. “Het is een enorme trend”, zegt Henny Helmich, directeur van de Nationale Commissie Duurzame Ontwikkeling (NRC Handelsblad, 5 november). “Op relatief jonge leeftijd willen ze de wereld iets teruggeven. En dan niet gewoon aan een gironummer.”
Kortom: de tijd waarin jongeren alleen in beweging kwamen als hun studiebeurs werd gekort, lijkt voorbij. Niet iedereen is enthousiast. Zo kijkt Bas Heijne vol afgrijzen naar de jonge, feestende idealisten. “Het nieuwe engagement lijkt verdacht veel op de ouderwetse liefdadigheid’’, sneert hij in zijn column (NRC Handelsblad, 24 september), “je doet het om jezelf beter te voelen.’’ Aan liefdadigheid mag je kennelijk niet te veel plezier beleven, want dan is het niet echt. Feesten voor het goede doel is al helemaal vloeken in de kerk. Maar de jeugd van tegenwoordig maakt het nog bonter, want voor het nieuwe engagement “hoef je niet eens meer je portemonnee te trekken’’, moppert Heijne. Die kritiek hoor je vaker: jongeren zijn vol overgave geëngageerd – totdat ze er iets voor moeten doen of iets voor moeten laten. Het moet wel leuk blijven, anders zappen ze weg.

Live 8
Voor veel critici is Live 8, het grote popevenement van afgelopen zomer dat opriep een einde te maken aan de mondiale armoede, het summum van het zinloze en zielloze engagement. Nog een keer Heijne: “Van een gironummer, dat hadden de organisatoren van Live 8 afgelopen zomer ook al bedacht, worden mensen alleen maar depressief; wat hun rimpelloze welvaartslevens nodig hebben is bewustzijn, awareness. [...] Een vet rockconcert bijwonen krijgt extra betekenis wanneer je weet dat je voor Afrika staat mee te zingen.’’ Twintig jaar eerder, tijdens Live Aid, draaide alles om een gironummer. In Ethiopië heerste een hongersnood van bijbelse proporties, en Live Aid wilde geld verzamelen om de nood te lenigen. Hoe veel groter was de ambitie van Live 8, afgelopen zomer. Aanleiding van Live 8 was de topontmoeting van de G8, de zeven grootste industrielanden plus Rusland. Live 8 eiste van de wereldleiders dat ze werk maken van hun beloften om armoede te bestrijden. Er waren drie specifieke eisen: verdubbeling van de ontwikkelingshulp, kwijtschelding van de schulden van arme landen en eerlijke handelsregels. Geld ophalen was uitdrukkelijk niet het doel: “We don’t want your money, we want your voice’’, luidde de slogan. Waarom zamelde Live 8 geen geld in? Omdat de afgelopen decennia geleerd hebben dat liefdadigheid alleen geen oplossing is voor armoede. Wie echt wat aan armoede wil doen, moet politieke en economische structuren veranderen. Daarom draaide Live 8 om bewustwording. ‘s Werelds grootste popfestival ooit richtte zich deels op de premiers en presidenten van de G8, maar bovenal op hun kiezers. “Zet je politici onder druk, houd ze aan hun beloften’’, klonk het keer op keer vanaf het podium. Volgens schattingen keken zo’n twee miljard mensen naar Live 8 – dat is een op de drie wereldburgers.
Bewustwording ìs de sleutel naar een betere wereld, en de nieuwe idealisten weten dat. Soms lijkt dat onbenullig. Bijvoorbeeld als oud Veronica-presentatrice Cindy Pielstroom (1970) met haar organisatie Globalicious op popfestivals jongeren laat vingerverven in de strijd tegen armoede. Wordt de wereld daar beter van? Ja. Want de volgende keer dat Wouter Bos of Femke Halsema pleit voor eerlijkere regels in de Wereldhandelsorganisatie (WTO), weten deze festivalbezoekers waar zij het over hebben. Bewustzijn creëren is niets anders dan kiezers en consumenten informeren.

Bewustzijn creëren
Druk uitoefenen op politici of bedrijven kan met twee miljard mensen zoals bij Live 8, maar ook met een stuk of tienduizend. Onlangs ontmoette ik Eelco Fortuijn (1970), oprichter van FairFood, tijdens een diner dat was georganiseerd door Tête-à-tête, een initiatief van Sandra Geisler (1975). Geisler wil met kleinschalige diners “gedreven mensen uit verschillende gelederen bij elkaar brengen, om te kijken of we elkaar kunnen helpen in het zoeken naar oplossingen voor wereldproblemen.’’ Dit diner had als thema – ik hoop dat Heijne deze paradox aan kan – ‘De stand van zaken rondom honger: wat doe jij eraan?’. Tijdens dit hongerdiner vertelde Fortuijn dat FairFood aan het grote publiek wil laten zien “dat honger in arme landen voor een groot deel in het Westen ontstaat’’. Zo kan een Hollandse pot pindakaas aan de andere kant van de wereld honger veroorzaken als grote pindaboeren kleine keuterboeren van hun vruchtbare grond verdrijven. FairFood wil de productieprocessen van voedselproducerende bedrijven doorlichten, zodat ze consumenten kan informeren op haar website. Consumenten kunnen dan welingelicht een keuze maken: koop je goedkope of eerlijke pindakaas?
FairFood wil geen confrontatie, maar een dialoog, en dus zoekt Fortuijn contact met het bedrijfsleven. “In eerste instantie zijn bedrijven niet geïnteresseerd om met ons samen te werken’’, vertelde Fortuijn. “Tot ik ze vertel dat we met onze website en e-mails zo’n tienduizend mensen bereiken. Ook onze toegang tot de media maakt indruk op ze.’’ Fortuijn is nu met een aantal bedrijven in gesprek, en ziet dit nog maar als het begin. Waar zoiets eenvoudigs als een e-mailtje niet toe kan leiden. Hoe heeft FairFood die e-mailontvangers verzameld? Door te flyeren op popconcerten en door een grappige commercial op MTV te vertonen. Ook voor FairFood draait alles om bewustwording.

Praktisch idealisme
De nieuwe idealisten zijn voor veel critici te vrijblijvend en gemakzuchtig. Zoals jongeren zich niet verwant voelen met één politieke partij en zich niet laten informeren door één krant, zo omarmen ze ook niet één ideologie en verbinden ze zich niet aan één ideaal of goed doel. Idealisme als een grabbelton.
Neem Jacqueline Govaert (1982), de zangeres van de Nederlandse band Krezip. Govaert zet zich in voor een Novib-campagne om honderdduizend kinderen in ontwikkelingslanden de schoolbanken in te krijgen. Tijdens een interview met maandblad onzeWereld wond Govaert zich ook op over het dumpen van Europees voedsel in Ethiopië, waardoor lokale boeren weggeconcurreerd zouden worden. Waarom koos Govaert niet voor een campagne voor eerlijke handel, wilde de interviewster weten. “Daar hebben we het over gehad met Novib’’, vertelde de zangeres, “maar ja, ik loop op Nikes en die ga ik echt niet uittrekken, dat vind ik te moeilijk. Er liep toen net een campagne over sportkleren. Als iemand me daar op zou pakken, kon ik niets zeggen. Gelukkig deden ze er niet moeilijk over. Je moet iets kiezen wat bij je past, zeiden ze.’’
Je zou Govaert willen toeschreeuwen dat idealisme zo nu en dan een rechte rug vraagt, een opgeheven vingertje of zelfs – schrik niet – een klein offer. Dit is precies wat bij veel mensen irritatie oproept: de jonge idealisten zijn niet principieel en consequent, en alleen als het ze uitkomt willen ze de wereld verbeteren. Die kritiek is zo nu en dan terecht (daarom, Govaert, trek andere schoenen aan en spring op de bres voor je broers en zussen in de Chinese textielfabrieken – just do it). Maar schuif dit ‘idealisme à la carte’ evengoed niet zomaar terzijde – je bereikt er meer mee dan met een strak keurslijf van idealen.
Het Amsterdamse debatcentrum De Balie organiseerde vorige maand een debatavond met de titel ‘Geëngageerd, getalenteerd, geglobaliseerd’. De organisatoren wilden een podium geven aan “jonge intellectuelen die met een frisse, nieuwe kijk het fenomeen globalisering benaderen”. Een van hen was de sociaal-geograaf Justus Uitermark (1978). In zijn lezing haalde Uitermark de Australische filosoof Peter Singer (1946) aan. Stel, zegt Singer, je loopt door een park en je ziet een meisje in een vijver verdrinken. Dan ben je het moreel verplicht om in het water te springen om haar te redden, nietwaar? Het kost een klein offer – een nat pak en een gemiste afspraak – maar als je het niet doet, bega je een misdaad. Welnu, zegt Singer, als je weet dat in Bangladesh duizenden kinderen omkomen tijdens een watersnood, ben je net zo verplicht om hen te helpen. Je hoeft niet direct naar Bangladesh te vliegen, maar maak een klein offer door geld aan een hulporganisatie over te maken. In feite zegt Singer: wie geen geld overmaakt, begaat een misdaad. Je kijkt ernaar en je doet niets.
Dat klinkt nobel. Maar wie ‘morele plicht’ zo absoluut formuleert, kan geen stap zetten zonder immoreel te zijn. Volgens Uitermark raken rechtlijnige idealisten als Singer “volkomen geparalyseerd als zij werkelijk zouden leven naar hun eigen ideeën.’’ We kunnen geen verjaarscadeautjes kopen voor onze kinderen en hebben net zo veel of weinig te maken met een dakloze in Amsterdam als met de talloze onzichtbare behoeftigen elders in de wereld. Sterker nog: eigenlijk moet je het meisje laten verdrinken, want met de uitgespaarde stomerijkosten kunnen in arme landen veel meer levens gered worden. Uitermark: “Het christelijke of religieuze beeld van de eeuwig falende mens wordt in dit gedachtegoed op een verschrikkelijke manier heruitgevonden.”

Duurzamer en effectiever
Wie de wereld wil verbeteren, komt met ijzeren principes niet ver. Het is de menselijke aard: als je weet dat je altijd tekortschiet, begin je er niet aan. Vraag het aan iemand die wil afvallen: hoe strenger het dieet, hoe korter je het volhoudt. Maar vraag het ook aan de babyboomers. In hun jonge jaren konden deze voorbeeldige idealisten nachtenlang debatteren over de essentie van marxisme en wie van hen het meest recht in de leer was. “Ik ben er nog moe van’’, hoor je ze nu meewarig verzuchten. Welke babyboomer gelooft nog net zo vurig in zijn of haar idealen als in die nachten van oeverloze discussies? En belangrijker: wie van hen leeft er nog naar? Ze waren zo consequent als maar kon – en hielden dat nog geen generatie vol.
De protestgeneratie streefde naar ideologische zuiverheid, en eindigde met totalitair idealisme. Dat ging verder dan elkaar voorlezen uit het Rode Boekje van Mao. Zo moest de universiteit een ‘demokratieser siesteem’ worden, en wie zijn idealen serieus nam, moest ook vinden dat de koffiejuffrouw inspraak kreeg op het curriculum van de universiteit. Dit soort excessen zijn inherent aan het streven naar ideologische zuiverheid.
Gelukkig zijn de jonge idealisten niet geïnteresseerd in het Grote Gelijk. Anna Visser (1975), directeur van LLiNK (‘de kleinste omroep met de grootste idealen’) verwoordde in Vrij Nederland (22 oktober 2005) de kracht van het praktisch idealisme als volgt: “Het belangrijkste is dat je je idealisme in je dagelijks leven integreert. Dan wordt het een natuurlijk deel van je bestaan en is het veel bestendiger dan grote pretenties.’’ Met andere woorden: lééf naar je idealen. Just do it. Je kunt best de nieuwste iPod kopen zonder verteerd te worden door schuldgevoel over de hongerende Afrikaanse kinderen, maar maak ook wat geld over aan OneMen, een organisatie die kleinschalige projecten in ontwikkelingslanden ondersteunt. Vlieg niet klakkeloos naar New York voor een weekje vakantie, maar als je toch gaat, compenseer dan je CO2-uitstoot door www.greenseat.nl voor twee tientjes 59 bomen te laten planten. Laat de Hollandse sperziebonen uit Senegal in de schappen van de Albert Heijn liggen, en koop duurdere groenten die van minder ver komen. En als je op een popconcert bent, loop dan ook even binnen bij een workshop over de Millenniumdoelen. Wie zo nu en dan naar zijn idealen leeft, kan een wereld van verschil maken.
Het idealisme à la carte en de feestelijke solidariteit van deze generatie zijn veel effectiever en duurzamer dan de ijzeren principes van de hemelbestormers van vorige generaties. Wij zijn praktische idealisten en geëngageerde realisten. Langzaam maar gestaag verbeteren we de wereld. Laat het feest beginnen.

Evert Nieuwenhuis (1973) is freelance journalist en auteur van De Grote Globaliseringsgids - van Aandeelhouder tot Zapatista (Van Gennep, 2005).
 

Bovenstaand artikel wijkt licht af van de versie die het NRC Handelsblad en De Standaard afdrukten.

Meer weten?

  • Lees de reacties op dit artikel in onder andere NRC Handelsblad en de Volkskrant.
  • Klik hier om de uitzending van het televisieprogramma VPRO’s Boeken&cetera te bekijken, waarin Chris van der Heijden en Evert Nieuwenhuis debatteren over idealisme onder jongeren.
  • Luister ook naar een gesprek over dit onderwerp in het radioprogramma 747 Live tussen presentatrice Mieke Spaans, Hans Eenhoorn (hongerbestrijder voor de VN en oud-topman van Unilever) en Evert Nieuwenhuis.
  • Mei Li Vos, Frans Bieckmann en Evert Nieuwenhuis debatteerden in het radioprogramma 1 Op de Middag over idealisme onder jongeren.
  • Weekblad Vrij Nederland publiceerde op 22 oktober 2005 een kloek achtergrondartikel over idealisme onder jongeren. Klik hier om het te lezen.
© Evert Nieuwenhuis / www.evertnieuwenhuis.nl
 
Idealisme onder jongeren
Vlieg lekker naar New York, maar plant ook 59 bomen: feestend verbeteren wij de wereld
Evert Nieuwenhuis
NRC Handelsblad, 19 november 2005
De Standaard (België), 7 januari 2006
Het idealisme à la carte en de feestelijke solidariteit van mijn generatie zijn veel effectiever en duurzamer dan de ijzeren principes van de hemelbestormers van vorige generaties.

Zomaar een maandagavond in Amsterdam. Voor de deur van de Melkweg verdringen zich honderden jongeren die naar binnen willen. Vanavond geen concert van the next big thing in de hitlijsten, maar een debat- en feestavond ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van de Verenigde Naties. In de rest van Nederland bleef deze historische dag onopgemerkt, maar hier staan jongeren in de rij voor ‘De Nacht van de VN’.
Eenmaal binnen is het overal dringen geblazen. Bijvoorbeeld bij het debat tussen Tweede-Kamerleden, of tijdens het vraaggesprek met de econome Noreena Hertz. Toegangsbewijzen voor de kleinere werkgroepen over onderwerpen als vrouwenrechten, conflictpreventie, armoede en de hervormingen van de VN, waren voor aanvang al uitverkocht. Als Ruud Lubbers zijn lezing houdt, ontstaat een opstopping in het trappenhuis. Ondertussen duiken overal de campagneteams op van Wilco (1982), Ruben (1983) of Faranak (1986). Ze delen folders uit en worden niet moe om uit te leggen waarom hun kandidaat het meest geschikt is om de volgende Jongerenvertegenwoordiger in de VN te worden. Na het slotdebat tussen de kandidaten en de bekendmaking van de uitslag van de verkiezing, spelen bands als Bløf, Pete Philly en Hotlipzz & Jane tot diep in de nacht.

Het nieuwe idealisme
Goed nieuws: jongeren zijn weer geëngageerd. Het nieuwe engagement bruist en borrelt overal. Er gaat bijna geen popfestival voorbij zonder een debat tussen politici, bekende Nederlanders en de bezoekers, georganiseerd door het jonge en hippe Coolpolitics. Amnesty International stuurt met groot succes jongeren sms-jes als: “Na indienen klacht wegens marteling door militaire politie worden 4 Braziliaanse mannen met de dood bedreigd. Protesteer! SMS JA naar 4777.’’ Het boek Praktisch Idealisme - handboek voor de beginnende wereldverbeteraar van Natasja van den Berg (1975) en Sophie Koers (1975) is een heuse longseller. Het is geen toeval dat de omroep LLiNK, die maatschappelijk relevante onderwerpen toegankelijk wil maken voor een jong publiek, dit seizoen het levenslicht zag.
Het blijft overigens niet alleen bij feesten voor het goede doel, zoals tijdens de Nacht voor de VN. Particulieren – met name twintigers en dertigers – verlaten huis en haard om zelfstandig in een ontwikkelingsland een kleinschalig hulpproject op te zetten. Ze openen weeshuizen, scholen of zelfs een bank die microkredieten verschaft. “Het is een enorme trend”, zegt Henny Helmich, directeur van de Nationale Commissie Duurzame Ontwikkeling (NRC Handelsblad, 5 november). “Op relatief jonge leeftijd willen ze de wereld iets teruggeven. En dan niet gewoon aan een gironummer.”
Kortom: de tijd waarin jongeren alleen in beweging kwamen als hun studiebeurs werd gekort, lijkt voorbij. Niet iedereen is enthousiast. Zo kijkt Bas Heijne vol afgrijzen naar de jonge, feestende idealisten. “Het nieuwe engagement lijkt verdacht veel op de ouderwetse liefdadigheid’’, sneert hij in zijn column (NRC Handelsblad, 24 september), “je doet het om jezelf beter te voelen.’’ Aan liefdadigheid mag je kennelijk niet te veel plezier beleven, want dan is het niet echt. Feesten voor het goede doel is al helemaal vloeken in de kerk. Maar de jeugd van tegenwoordig maakt het nog bonter, want voor het nieuwe engagement “hoef je niet eens meer je portemonnee te trekken’’, moppert Heijne. Die kritiek hoor je vaker: jongeren zijn vol overgave geëngageerd – totdat ze er iets voor moeten doen of iets voor moeten laten. Het moet wel leuk blijven, anders zappen ze weg.

Live 8
Voor veel critici is Live 8, het grote popevenement van afgelopen zomer dat opriep een einde te maken aan de mondiale armoede, het summum van het zinloze en zielloze engagement. Nog een keer Heijne: “Van een gironummer, dat hadden de organisatoren van Live 8 afgelopen zomer ook al bedacht, worden mensen alleen maar depressief; wat hun rimpelloze welvaartslevens nodig hebben is bewustzijn, awareness. [...] Een vet rockconcert bijwonen krijgt extra betekenis wanneer je weet dat je voor Afrika staat mee te zingen.’’ Twintig jaar eerder, tijdens Live Aid, draaide alles om een gironummer. In Ethiopië heerste een hongersnood van bijbelse proporties, en Live Aid wilde geld verzamelen om de nood te lenigen. Hoe veel groter was de ambitie van Live 8, afgelopen zomer. Aanleiding van Live 8 was de topontmoeting van de G8, de zeven grootste industrielanden plus Rusland. Live 8 eiste van de wereldleiders dat ze werk maken van hun beloften om armoede te bestrijden. Er waren drie specifieke eisen: verdubbeling van de ontwikkelingshulp, kwijtschelding van de schulden van arme landen en eerlijke handelsregels. Geld ophalen was uitdrukkelijk niet het doel: “We don’t want your money, we want your voice’’, luidde de slogan. Waarom zamelde Live 8 geen geld in? Omdat de afgelopen decennia geleerd hebben dat liefdadigheid alleen geen oplossing is voor armoede. Wie echt wat aan armoede wil doen, moet politieke en economische structuren veranderen. Daarom draaide Live 8 om bewustwording. ‘s Werelds grootste popfestival ooit richtte zich deels op de premiers en presidenten van de G8, maar bovenal op hun kiezers. “Zet je politici onder druk, houd ze aan hun beloften’’, klonk het keer op keer vanaf het podium. Volgens schattingen keken zo’n twee miljard mensen naar Live 8 – dat is een op de drie wereldburgers.
Bewustwording ìs de sleutel naar een betere wereld, en de nieuwe idealisten weten dat. Soms lijkt dat onbenullig. Bijvoorbeeld als oud Veronica-presentatrice Cindy Pielstroom (1970) met haar organisatie Globalicious op popfestivals jongeren laat vingerverven in de strijd tegen armoede. Wordt de wereld daar beter van? Ja. Want de volgende keer dat Wouter Bos of Femke Halsema pleit voor eerlijkere regels in de Wereldhandelsorganisatie (WTO), weten deze festivalbezoekers waar zij het over hebben. Bewustzijn creëren is niets anders dan kiezers en consumenten informeren.

Bewustzijn creëren
Druk uitoefenen op politici of bedrijven kan met twee miljard mensen zoals bij Live 8, maar ook met een stuk of tienduizend. Onlangs ontmoette ik Eelco Fortuijn (1970), oprichter van FairFood, tijdens een diner dat was georganiseerd door Tête-à-tête, een initiatief van Sandra Geisler (1975). Geisler wil met kleinschalige diners “gedreven mensen uit verschillende gelederen bij elkaar brengen, om te kijken of we elkaar kunnen helpen in het zoeken naar oplossingen voor wereldproblemen.’’ Dit diner had als thema – ik hoop dat Heijne deze paradox aan kan – ‘De stand van zaken rondom honger: wat doe jij eraan?’. Tijdens dit hongerdiner vertelde Fortuijn dat FairFood aan het grote publiek wil laten zien “dat honger in arme landen voor een groot deel in het Westen ontstaat’’. Zo kan een Hollandse pot pindakaas aan de andere kant van de wereld honger veroorzaken als grote pindaboeren kleine keuterboeren van hun vruchtbare grond verdrijven. FairFood wil de productieprocessen van voedselproducerende bedrijven doorlichten, zodat ze consumenten kan informeren op haar website. Consumenten kunnen dan welingelicht een keuze maken: koop je goedkope of eerlijke pindakaas?
FairFood wil geen confrontatie, maar een dialoog, en dus zoekt Fortuijn contact met het bedrijfsleven. “In eerste instantie zijn bedrijven niet geïnteresseerd om met ons samen te werken’’, vertelde Fortuijn. “Tot ik ze vertel dat we met onze website en e-mails zo’n tienduizend mensen bereiken. Ook onze toegang tot de media maakt indruk op ze.’’ Fortuijn is nu met een aantal bedrijven in gesprek, en ziet dit nog maar als het begin. Waar zoiets eenvoudigs als een e-mailtje niet toe kan leiden. Hoe heeft FairFood die e-mailontvangers verzameld? Door te flyeren op popconcerten en door een grappige commercial op MTV te vertonen. Ook voor FairFood draait alles om bewustwording.

Praktisch idealisme
De nieuwe idealisten zijn voor veel critici te vrijblijvend en gemakzuchtig. Zoals jongeren zich niet verwant voelen met één politieke partij en zich niet laten informeren door één krant, zo omarmen ze ook niet één ideologie en verbinden ze zich niet aan één ideaal of goed doel. Idealisme als een grabbelton.
Neem Jacqueline Govaert (1982), de zangeres van de Nederlandse band Krezip. Govaert zet zich in voor een Novib-campagne om honderdduizend kinderen in ontwikkelingslanden de schoolbanken in te krijgen. Tijdens een interview met maandblad onzeWereld wond Govaert zich ook op over het dumpen van Europees voedsel in Ethiopië, waardoor lokale boeren weggeconcurreerd zouden worden. Waarom koos Govaert niet voor een campagne voor eerlijke handel, wilde de interviewster weten. “Daar hebben we het over gehad met Novib’’, vertelde de zangeres, “maar ja, ik loop op Nikes en die ga ik echt niet uittrekken, dat vind ik te moeilijk. Er liep toen net een campagne over sportkleren. Als iemand me daar op zou pakken, kon ik niets zeggen. Gelukkig deden ze er niet moeilijk over. Je moet iets kiezen wat bij je past, zeiden ze.’’
Je zou Govaert willen toeschreeuwen dat idealisme zo nu en dan een rechte rug vraagt, een opgeheven vingertje of zelfs – schrik niet – een klein offer. Dit is precies wat bij veel mensen irritatie oproept: de jonge idealisten zijn niet principieel en consequent, en alleen als het ze uitkomt willen ze de wereld verbeteren. Die kritiek is zo nu en dan terecht (daarom, Govaert, trek andere schoenen aan en spring op de bres voor je broers en zussen in de Chinese textielfabrieken – just do it). Maar schuif dit ‘idealisme à la carte’ evengoed niet zomaar terzijde – je bereikt er meer mee dan met een strak keurslijf van idealen.
Het Amsterdamse debatcentrum De Balie organiseerde vorige maand een debatavond met de titel ‘Geëngageerd, getalenteerd, geglobaliseerd’. De organisatoren wilden een podium geven aan “jonge intellectuelen die met een frisse, nieuwe kijk het fenomeen globalisering benaderen”. Een van hen was de sociaal-geograaf Justus Uitermark (1978). In zijn lezing haalde Uitermark de Australische filosoof Peter Singer (1946) aan. Stel, zegt Singer, je loopt door een park en je ziet een meisje in een vijver verdrinken. Dan ben je het moreel verplicht om in het water te springen om haar te redden, nietwaar? Het kost een klein offer – een nat pak en een gemiste afspraak – maar als je het niet doet, bega je een misdaad. Welnu, zegt Singer, als je weet dat in Bangladesh duizenden kinderen omkomen tijdens een watersnood, ben je net zo verplicht om hen te helpen. Je hoeft niet direct naar Bangladesh te vliegen, maar maak een klein offer door geld aan een hulporganisatie over te maken. In feite zegt Singer: wie geen geld overmaakt, begaat een misdaad. Je kijkt ernaar en je doet niets.
Dat klinkt nobel. Maar wie ‘morele plicht’ zo absoluut formuleert, kan geen stap zetten zonder immoreel te zijn. Volgens Uitermark raken rechtlijnige idealisten als Singer “volkomen geparalyseerd als zij werkelijk zouden leven naar hun eigen ideeën.’’ We kunnen geen verjaarscadeautjes kopen voor onze kinderen en hebben net zo veel of weinig te maken met een dakloze in Amsterdam als met de talloze onzichtbare behoeftigen elders in de wereld. Sterker nog: eigenlijk moet je het meisje laten verdrinken, want met de uitgespaarde stomerijkosten kunnen in arme landen veel meer levens gered worden. Uitermark: “Het christelijke of religieuze beeld van de eeuwig falende mens wordt in dit gedachtegoed op een verschrikkelijke manier heruitgevonden.”

Duurzamer en effectiever
Wie de wereld wil verbeteren, komt met ijzeren principes niet ver. Het is de menselijke aard: als je weet dat je altijd tekortschiet, begin je er niet aan. Vraag het aan iemand die wil afvallen: hoe strenger het dieet, hoe korter je het volhoudt. Maar vraag het ook aan de babyboomers. In hun jonge jaren konden deze voorbeeldige idealisten nachtenlang debatteren over de essentie van marxisme en wie van hen het meest recht in de leer was. “Ik ben er nog moe van’’, hoor je ze nu meewarig verzuchten. Welke babyboomer gelooft nog net zo vurig in zijn of haar idealen als in die nachten van oeverloze discussies? En belangrijker: wie van hen leeft er nog naar? Ze waren zo consequent als maar kon – en hielden dat nog geen generatie vol.
De protestgeneratie streefde naar ideologische zuiverheid, en eindigde met totalitair idealisme. Dat ging verder dan elkaar voorlezen uit het Rode Boekje van Mao. Zo moest de universiteit een ‘demokratieser siesteem’ worden, en wie zijn idealen serieus nam, moest ook vinden dat de koffiejuffrouw inspraak kreeg op het curriculum van de universiteit. Dit soort excessen zijn inherent aan het streven naar ideologische zuiverheid.
Gelukkig zijn de jonge idealisten niet geïnteresseerd in het Grote Gelijk. Anna Visser (1975), directeur van LLiNK (‘de kleinste omroep met de grootste idealen’) verwoordde in Vrij Nederland (22 oktober 2005) de kracht van het praktisch idealisme als volgt: “Het belangrijkste is dat je je idealisme in je dagelijks leven integreert. Dan wordt het een natuurlijk deel van je bestaan en is het veel bestendiger dan grote pretenties.’’ Met andere woorden: lééf naar je idealen. Just do it. Je kunt best de nieuwste iPod kopen zonder verteerd te worden door schuldgevoel over de hongerende Afrikaanse kinderen, maar maak ook wat geld over aan OneMen, een organisatie die kleinschalige projecten in ontwikkelingslanden ondersteunt. Vlieg niet klakkeloos naar New York voor een weekje vakantie, maar als je toch gaat, compenseer dan je CO2-uitstoot door www.greenseat.nl voor twee tientjes 59 bomen te laten planten. Laat de Hollandse sperziebonen uit Senegal in de schappen van de Albert Heijn liggen, en koop duurdere groenten die van minder ver komen. En als je op een popconcert bent, loop dan ook even binnen bij een workshop over de Millenniumdoelen. Wie zo nu en dan naar zijn idealen leeft, kan een wereld van verschil maken.
Het idealisme à la carte en de feestelijke solidariteit van deze generatie zijn veel effectiever en duurzamer dan de ijzeren principes van de hemelbestormers van vorige generaties. Wij zijn praktische idealisten en geëngageerde realisten. Langzaam maar gestaag verbeteren we de wereld. Laat het feest beginnen.

Evert Nieuwenhuis (1973) is freelance journalist en auteur van De Grote Globaliseringsgids - van Aandeelhouder tot Zapatista (Van Gennep, 2005).
 

Bovenstaand artikel wijkt licht af van de versie die het NRC Handelsblad en De Standaard afdrukten.

Meer weten?

  • Lees de reacties op dit artikel in onder andere NRC Handelsblad en de Volkskrant.
  • Klik hier om de uitzending van het televisieprogramma VPRO’s Boeken&cetera te bekijken, waarin Chris van der Heijden en Evert Nieuwenhuis debatteren over idealisme onder jongeren.
  • Luister ook naar een gesprek over dit onderwerp in het radioprogramma 747 Live tussen presentatrice Mieke Spaans, Hans Eenhoorn (hongerbestrijder voor de VN en oud-topman van Unilever) en Evert Nieuwenhuis.
  • Mei Li Vos, Frans Bieckmann en Evert Nieuwenhuis debatteerden in het radioprogramma 1 Op de Middag over idealisme onder jongeren.
  • Weekblad Vrij Nederland publiceerde op 22 oktober 2005 een kloek achtergrondartikel over idealisme onder jongeren. Klik hier om het te lezen.
© Evert Nieuwenhuis / www.evertnieuwenhuis.nl