de Volkskrant, 31 augustus 2007
Op de vlucht. Tussen vluchtelingen, asielzoekers en mensensmokkelaars van Caroline Moorehead (Meulenhoff, 2007).
![]() |
![]() |
Het Westen voert een stille oorlog aan zijn grenzen. Elke dag sterven er tientallen mensen die willen wonen en werken waar wij wonen en werken. We slaan ze van ons af. Sinds 1995 zijn er bij de Amerikaans-Mexicaanse grens meer doden gevallen dan tijdens de aanslagen op 11 september 2001. Afgelopen juni telden de VN 77 verdronken Afrikanen die per boot Europa wilden bereiken, 133 zijn als vermist opgegeven.
In Op de vlucht (oorspronkelijk uit 2005, maar onlangs in vertaling verschenen) maakt de Britse journaliste Caroline Moorehead een odyssee langs de verzamelplaatsen van politieke en economische vluchtelingen. Het is een onthutsende reis.
Een kleine greep uit de lange reeks van de plaatsen die Moorehead aandoet: in Caïro ontmoet ze een groep Liberiaanse jongens die jarenlang – soms tevergeefs – wachten op een blauw papiertje van de UNHCR waarin verklaard wordt dat ze daadwerkelijk vluchteling zijn. Ondertussen leven ze als vogelvrij verklaarde onmensen zo onzichtbaar mogelijk in de krochten en spelonken van Caïro, op zoek naar voedsel en werk. In Guinee verblijft ze in een opvangkamp waar Liberianen, Ivorianen en Sierra Leoners burgeroorlogen ontvluchten. De omstandigheden zijn zo rampzalig en uitzichtloos, dat Moorehead zich vertwijfeld afvraagt of de situatie in het ontvluchte land wel erger kán zijn. In Lapland leren we enkele Dinka-families uit Zuid-Soedan kennen. Volgens de Lapse wet moeten ze er zeven jaar blijven voor ze reispapieren krijgen. In het besneeuwde, donkere Lapland wachten de Dinka ‘tot het echte leven begint’, want iedereen wil naar een ander land, waar werk is, en warmte. Ondertussen zijn ze verplicht de ondoorgrondelijke Lapse taal te leren.
Moorehead spaarde kosten noch moeite om het relaas van vluchtelingen te vertellen. Velen bezocht ze meerdere keren door de jaren heen, en ze las een halve bibliotheek aan rapporten, onderzoeksverslagen en boeken. Het resultaat is een kloeke bundeling reportages, afgewisseld door historische overzichten, statistieken en analyses. Haar schrijfstijl is ingetogen, maar ze spaart de lezer allerminst. Zo maken we kennis met een jongen uit Sierra Leone die zijn vader boven een open vuur levend geroosterd zag worden, een hoogzwangere vrouw die in een Iraanse gevangenis gemarteld werd omdat ze weigerde de namen te geven van haar medestrijders voor Armeense rechten, en een vrouw uit Angola die voor de ogen van haar gezin door meerdere mannen werd verkracht en die vervolgens moest toekijken hoe haar gezin één voor één werd vermoord.
Aan de ellende die mensen op de vlucht doet slaan, kunnen wij in het Westen vaak weinig doen. Maar hun rampspoed houdt niet op nadat zij onze veilige kusten hebben bereikt. Volgens Caroline Moorehead krijgen ‘de huidige asielzoekers te maken met de meest extreme gebeurtenissen die er in het leven bestaan: foltering, moord, geweld en verlies.’ Met de nodige voorzichtigheid citeert ze enkele cijfers: bij 90 procent van de ontheemden wordt depressie vastgesteld en bij ongeveer de helft posttraumatische stress-stoornis. Westerse asielprocedures verergeren de problemen. Er wordt nauwelijks psychische hulp verleend, en de onzekerheid, passiviteit en ‘het gevoel dat mensen een afkeer van hen hebben en hen minachten, wakkeren de al bestaande gevoelens van mislukking en waardeloosheid alleen maar verder aan’.
Soms is het beloofde land vernietigender dan de hel die ontvlucht werd. Neem Dialo, een 30-jarige asielzoeker uit Guinee die in Newcastle een einde aan zijn leven maakte. Moorehead beschrijft de observatie van een hulpverlener: ‘Dialo was een sterke persoonlijkheid, met een groot overlevingsinstinct, want anders zou hij nooit zijn folteringen, de moord op zijn ouders en zijn eigen ontsnapping naar Europa hebben overleefd. Maar zijn krachten waren allemaal opgebruikt door het wachten, de onzekerheid, de vernedering en het gevoel afgewezen te zijn.’ De lezer denkt automatisch aan de Schipholbrand en aan onze uitzetcentra zoals de bajesboten in Rotterdam. Na lezing van Op de vlucht klinkt de zinsnede ‘sober doch humaan’, zoals het Centraal Orgaan opvang asielzoekers in Nederland officieel zijn taak formuleert, niet meer zo geruststellend en edelmoedig.
Ook de jonge, Britse journalist Philippe Legrain neemt het vurig op voor migranten. Legrain zweert bij een open, vrije wereld, zoals hij uiteenzette in zijn vorige boek, Open World – The Truth about Globalization (2002). ‘Globalisering’, schreef hij, ‘biedt een rijker leven – in de breedste zin van het woord – voor mensen in rijke landen en is de enige realistische manier voor ’s werelds armste mensen om hun armoede te ontstijgen.’ Zijn geloof in vrijhandel en globalisering past Legrain nu toe op migratie.
Immigrants – Your Country Needs them is een overtuigend boek. Zo goed als alle aspecten van migratie komen aan bod: van Franse hoofddoekjes in openbare scholen tot de moord op Theo van Gogh; van de mythe dat migranten de welvaartsstaat ondermijnen tot de misvatting dat migratie nationale eenheid bedreigt; van de relatie tussen migranten en westerse vergrijzing tot het feit dat voetbalteams meer scoren als ze voetballers van over heel de wereld aantrekken.
Legrain is een liberaal in de Angelsaksische traditie. Hij steekt de loftrompet over het ‘immens bevrijdende potentieel van migratie’ en hoe globalisering ‘de tirannie van geografie’ ondermijnt en ‘de ketens van nationalisme’ stuk slaat. ‘Onze pogingen om arme mensen buiten te houden terwijl de rijken en goed opgeleiden vrij over de wereld zwerven, is een vorm van mondiale apartheid. En net als apartheid lijken ze in toenemende mate onhoudbaar.’ De opmerking over de ‘stille oorlog’ aan onze grenzen komt ook van Legrain.
Naast principiële argumenten levert Legrain praktische, economische argumenten. Hier ligt het zwaartepunt van zijn betoog. Arme landen profiteren in hoge mate van migratie: hun geëmigreerde burgers maken veel meer geld over aan het arme land dan het aan ontwikkelingshulp ontvangt. Bij terugkeer zorgen de migranten voor kennis en kunde, en ook voor internationale handelsrelaties. Wie echt om armoedebestrijding geeft, zegt Legrain, pleit voor vrije migratie.
Meer omstreden is zijn stelling dat niet alleen hoogopgeleide, maar ook laagopgeleide migranten uit arme landen een aanwinst vormen voor rijke, ontwikkelde landen. Laagopgeleide migranten doen het werk dat wij niet willen doen, en daarmee geven ze ons de mogelijkheid ons te richten op het werk dat wij het liefst doen of waar we het beste in zijn. Zij zijn vaak goedkoper dan autochtone, laagopgeleide migranten, hetgeen de koopkracht ten goede komt. We zullen ze ook steeds vaker nodig hebben, met onze vergrijzende, krimpende bevolking die zich in toenemende mate specialiseert in hoogopgeleid werk.
Migranten nemen niet de banen in van laagopgeleide allochtonen, aldus Legrain. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, kent een economie niet een beperkt aantal banen. Neem de Filipijnse schoonmakers en kindermeisjes die in metropolen over heel de wereld werken. Met hun lonen concurreren ze inderdaad met lokaal huishoudelijk personeel, maar zonder hen zouden veel van hun klanten helemaal geen schoonmaker of nanny kunnen betalen. De Filipijnse migranten creëren dus hun eigen banen. En, niet onbelangrijk: het geeft autochtonen meer mogelijkheden om zich te richten op werk dat zij leuk vinden en waarin ze goed zijn. Hoogopgeleide vrouwen, om maar een groep te noemen, plukken hier de vruchten van.
Met andere woorden: zoals vrijhandel tot de beste allocatie van kapitaal en productiemiddelen leidt, zo bewerkstelligt vrije migratie dat arbeiders terechtkomen waar ze het productiefst zijn.
Ook wie Legrains liberale ideaal van een vrije, open wereld onderschrijft, moet erkennen dat zijn betoog tekortkomingen heeft. De werkelijkheid is weerbarstiger dan Legrain doet voorkomen.
Hij beschrijft migranten stelselmatig als hardwerkende, ondernemende mensen: ‘alleen zij hebben het in zich om de reis naar het Westen te maken’. Dat zou je inderdaad denken, maar de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) weerspreken hem. Van de 101.489 migranten die in 2003 (de meest recente cijfers) naar Nederland kwamen, vindt maar een op de drie werk. Van de overige migranten ontvangt 6 procent een uitkering en betreedt ruim de helft de arbeidsmarkt niet. De reden is eenvoudig: een kwart van de migranten komt om te werken, en bijna twee keer zoveel voor huwelijk of gezinshereniging (zie kader). Legrain richt zich vooral op de arbeidsmigrant, maar deze beperking versimpelt de discussie over vrije migratie.
Daarnaast beweert Legrain dat de meeste migranten terug willen naar het land van herkomst. Ook hier weerspreken de (Nederlandse) cijfers hem: de afgelopen veertig jaar ontving Nederland bijna vier miljoen migranten. De helft bleef. Om het beroemde citaat van Max Frisch aan te halen: ‘We wilden gastarbeiders, maar we kregen mensen.’ Mensen die zich hechten, vrienden maken en kinderen krijgen die weinig ophebben met het land van herkomst (en soms ook niet met het land waar ze wonen). Juist onder de kinderen van de gastarbeiders is de werkloosheid disproportioneel hoog. Ironisch genoeg zijn juist nieuwe migranten hun grootste concurrenten.
Ook het boek van Moorehead is niet feilloos. Af en toe bekruipt je het gevoel dat de schrijfster schmiert. Ze dicht de hulpverleners zonder uitzondering een engelachtige status toe (‘een vriendelijke, warme en schrandere vrouw’), en de vluchtelingen zijn altijd dappere mensen die in de maalstroom van afschuwelijke gebeurtenissen ten onder dreigen te gaan (‘in haar blik zie je wat Edward Said ooit “de sporen van onbegrepen ramspoed” noemde’). De verhalen die Moorehead verzamelde, zijn stuk voor stuk onze aandacht meer dan waard. Maar hoe representatief zijn ze? Na een paar honderd bladzijden rijst de twijfel over het beeld dat van vluchtelingen ontstaat.
Waar Moorehead de schrijnendste gevallen beschrijft, wil Legrain juist laten zien dat migranten ondernemende, hardwerkende lieden zijn, een aanwinst voor onze maatschappij. Een voorbeeld: in beide boeken komen Ivorianen voor. Moorehead voert gemartelde en getraumatiseerde vluchtelingen op die onze hulp goed kunnen gebruiken, Legrain kiest voor een energieke garagehouder die bij het uitbreken van de burgeroorlog z’n biezen pakte om elders aan de slag te gaan. Zo lijken beide auteurs op politici die beschrijvingen van migranten gebruiken om hun pleidooi kracht bij te zetten. Ook voor journalisten blijft migratie een beladen onderwerp.
| Motieven van immigranten in Nederland 2004, in procenten Werk 24 Huwelijk 24 Gezinshereniging 20 Studie 16 Asiel 5 Overige 12 Bron: CBS Migratie 2005, in miljoenen Legaal Illegaal* Totale bevolking VS 1 0,5 297 EU 2,8 0,8 307 Canada 0,24 onbekend 32 Australië 0,15 onbekend 19 Wereld* 200 onbekend 6.378 *schattingen Bron: Phillippe Legrain: Immigrants; The Economist: Pocket World in Figures 2007 Aantal migranten groeit wereldwijd Tussen 1970 en 2000 verdubbelde het aantal migranten wereldwijd van 82 miljoen naar 175 miljoen (in 2006 waarschijnlijk 200 miljoen). Relatief gezien steeg het aantal migranten veel minder, omdat de wereldbevolking eveneens bijna verdubbelde naar ruim zes miljard mensen. In 1970 was 2,2 procent van de wereldbevolking migrant, rond de millenniumwisseling was dat 2,9 procent. Feitelijk ligt het aantal migranten lager, omdat in de jaren negentig niet mensen, maar grenzen verschoven. Door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, Tsjecho-Slowakije en Joegoslavië in de jaren negentig, woonden veel mensen in een ander land wonen dan ze geboren zijn, hetgeen de definitie van een migrant is. Rijke, geïndustrialiseerde landen kennen veel meer migranten dan voorheen. Tussen 1970 en 2000 en verdubbelde hun aantal naar 81 miljoen. Het percentage migranten in westerse samenleving steeg eveneens spectaculair: van 4,3 procent in 1970 naar 8,3 procent in 2000. Migranten zijn voor een aanzienlijk deel verantwoordelijk voor de bevolkingsgroei in het geïndustrialiseerde landen: van een achtste in 1970 tot maar liefst tweederde eind jaren negentig. Zonder migranten zou de Europese bevolking zelfs nu al slinken. Bron: Phillippe Legrain: Immigrants |
Recensie / Review:
Immigrants. Your Country Needs Them
Philippe Legrain
Little, Brown, 2006
ISBN 9780316732482
374 pagina's
€ 22,90
Op de vlucht. Tussen vluchtelingen, asielzoekers en mensensmokkelaars
Caroline Moorehead
Vertaling: Lieve De Meijer (Oorspronkelijke titel: Human Cargo. A Journey Among Refugees)
Meulenhoff, 2007
ISBN 9029078510
391 pagina’s
€ 22,90

















