Recensie
Het temmen van de tredmolen
Evert Nieuwenhuis
Internationale Samenwerking, 1 juli 2002
Internationale Samenwerking, 1 juli 2002
Recensie: Globalization and Environmental Reform — The Ecological Modernization of the Global Economy van Arthur P.J. Mol (The MIT Press, 2001).
Vorige maand bracht de Boliviaanse milieuactiviste Maria Luisa Ramos een bezoek aan Nederland om steun te zoeken voor een ban op genetisch gemodificeerde producten. “Met de introductie van transgene gewassen, in handen van multinationals, kunnen de kleine boeren hun bedrijven wel opdoeken”, zei ze tegen maandblad onze Wereld. Bolivia kende een importverbod op transgene gewassen, voornamelijk om de lokale boeren en de talloze soorten inheemse aardappelen te beschermen. Maar omdat de Verenigde Staten niet bereid waren hun voedselhulp te zuiveren van transgene producten, trok de Boliviaanse regering de wet in. Prompt greep Argentinië zijn kans: met de non-discriminatieverordeningen in de ene hand en genetisch gemodificeerde producten in de andere, betrad de agrarische reus de Boliviaanse markt. Niet lang daarna ging het bedrijf Proinpa en de Universiteit van Leeds op Boliviaanse akkers experimenteren met transgene aardappelen. Volgens Maria Luisa Ramos zijn de Boliviaanse boeren bang dat niet alleen de biodiversiteit verloren gaat doordat transgeen stuifmeel op hun akkers belandt, maar ook om – naar Canadees voorbeeld – aangeklaagd te worden door Proinpa wegens illegaal gebruik van ‘hun’ aardappelen.Arthur Mol, hoogleraar Milieubeleid te Wageningen, schreef over globalisering en het milieu het boek Globalization and Environmental Reform – The Ecological Modernization of the Global Economy. Het is een veelomvattend en doorwrocht wetenschappelijk werk. Mol is eerder degelijk dan verfrissend, en voor alles wil Mol een theoretisch, sociologisch kader scheppen over de omgang met het milieu in een door ‘global capitalism’ gedomineerde wereld. Opvallend is dat Mol gematigd optimistisch is over het “temmen van de tredmolen van het mondiale kapitalisme”.
Mol ziet meerdere ontwikkelingen. Er zijn “piecemeal arrangements” zoals de CO2-verdragen van Kyoto, maar daarnaast hebben supranationale instellingen als de Europese Unie de milieuzorgen “geïnstitutionaliseerd” in beleid en zelfs in specifieke instanties. Deze ontwikkelingen zijn op het conto te schrijven van de succesvolle milieubeweging die er in de jaren zeventig en tachtig in geslaagd is het grote publiek te overtuigen van hun zorgen om het milieu. Sterker nog, het milieu is een economische factor geworden: groen verkoopt. Denk aan de moeilijkheden die energiebedrijven als Nuon ondervinden om aan de vraag naar ‘groene energie’ te voldoen, of de moeite die auto- en wasmachinefabrikanten zich troosten om het publiek te overtuigen van hun ‘groenheid’.
Hoe krijgen we ook het machtige globale kapitalisme ook ‘ecologisch gemoderniseerd’, zoals dat in jargon heet? Mol verwacht weinig van ‘upscaling’ van de macht van de natiestaat. De wereld is te veel veranderd, de natiestaat heeft te veel aan macht ingeboet. Tegelijkertijd ziet Mol dat ‘globaliserende instituten’ als de multinationals, NAFTA en de Wereldhandelsorganisatie zich nu al meer en meer door milieuoverwegingen laten leiden. Zoals de Club van Rome in 1973 een mijlpaal was voor de succesvolle milieubeweging van de jaren zeventig en tachtig, zullen de protesten van Seattle dat voor de komende decennia zijn. We zijn er nog lang niet, zegt Mol, maar het begin is er: “De oproepen voor globale, institutionele veranderingen zijn net zo goed een product van het globaliseringstrijdperk als de stijging in internationale investeringen of de drang voor deregulering voor handel investeringen.”
Is Mols optimisme gerechtvaardigd? Ja en nee. Globalisering is geen door God gezonden plaag, maar mensenwerk. Het uitbannen van de excessen vereist een standvastige milieubeweging, gewetensvolle consumenten en boven alles: moedige politici. Mol erkent dat dergelijke druk nodig blijft om multinationals op het rechte pad te houden, maar hij verwacht te veel van het verlicht eigenbelang van winstjagende bedrijven en legt te weinig nadruk op de rol van politici. Ik vraag me af of de Boliviaanse milieuactiviste Ramos door Mols betoog gerustgesteld zou zijn. Want weliswaar moest Proinpa na hevige protesten zijn experimenten met transgene gewassen staken, maar de wet die dergelijke producten op Boliviaanse bodem verbiedt, is nog altijd niet in ere hersteld. En niet alleen Boliviaanse politici laten het afweten. Ook een Nederlands importverbod helpt de Boliviaanse boeren in hun strijd tegen de tredmolen.
Recensie / Review:
Globalization and Environmental Reform — The Ecological Modernization of the Global Economy
Arthur P.J. Mol
The MIT Press
ISBN 0-262-13395-4
© Evert Nieuwenhuis / www.evertnieuwenhuis.nl















