Recensie
Bankier van de wereld
Evert Nieuwenhuis
Internationale Samenwerking, 1 december 2004
Recensie: The World’s Banker — A Story of Failed States, Financial Crisis, and the Wealth and Poverty of Nations van Sebastian Mallaby (Penguin, 2004).
Je zou maar directeur van de Wereldbank zijn. Je bent de baas van ‘s werelds belangrijkste instituut in de strijd tegen ‘s werelds grootste probleem: armoede. Je hebt zo’n 20 miljard dollar per jaar uit te delen en onder jouwe hoede buigen ‘s werelds beste onderzoekers zich over problemen die miljarden mensen aangaan. Jij kunt een verschil maken.
De Britse journalist Sebastian Mallaby schreef een prachtig boek over de bij zijn aantreden (1995) al legendarische Wereldbankdirecteur James Wolfensohn. De flamboyante, charmante, megalomane maar ook briljante Wolfensohn is fascinerend genoeg om een boek aan te wijden, maar The World’s Banker gaat over veel meer: de veelbelovende ondertitel A Story of Failed States, Financial Crisis, and the Wealth and Poverty of Nations maakt Mallaby geheel waar. Iedereen die geïnteresseerd is in de strijd tegen armoede – voor of tegenstander van de Wereldbank – zal dit boek van kaft tot kaft willen lezen. Perfect is Mallaby’s huzarenstukje niet: fundamentele kritiek van andersglobalisten over bijvoorbeeld het soort economische groei dat de Wereldbank promoot en de vraag in hoeverre arme mensen daar op de lange termijn daadwerkelijk van profiteren, doet hij te lichtvoetig af.
De Wereldbank wordt gegijzeld door tegengestelde belangen. Zo zijn er de rijke, noordelijk landen als Nederland die de voorwaarden voor Wereldbank-leningen bepalen, zonder er zelf ooit onderworpen aan te worden. Voor tal van ontwikkelingsprojecten gelden wat Mallaby “overspannen westerse Volvo-standaarden” noemt. Milieu en mensenrechten zijn belangrijk en moeten gewaarborgd worden, maar armoedebestrijding betekent ook risico’s nemen. Rijke landen houden daar niet van – ze willen dat een arme riksjarijder óf met airbags naar welvaart fietst óf helemaal niet fietst. Steeds meer landen (China, Brazilië, India, Zuid-Afrika) lenen liever voor iets meer geld bij commerciële banken, want die stellen geen overdreven eisen. Onder druk van zijn belangrijkste aandeelhouders verliest de Wereldbank zijn belangrijkste en meest succesvolle klanten.
En dan zijn er de talloze actiegroepen die de reusachtige Wereldbank aan de grond nagelen als de lilliputters in Gulliver’s Travels. Veel, met name de grotere niet-gouvermentele organisaties (ngo’s), hebben zinnige kritiek. Maar er zijn ook ngo’s die dolgedraaid tegen windmolens vechten. Neem de dam in het Chinese Qinghai, grenzend aan Tibet. Wanneer de Wereldbank de woorden ‘Tibetanen’, ‘Chinezen’ en ‘dam’ in één zin noemt, is een storm van protest onafwendbaar, ongeacht de details van het project. De Qinghai-dam bracht inderdaad milieurisico’s met zich mee en er moesten 256 Tibetaanse herders verplaatst worden, maar de kritiek van veel activisten, zo maakt Mallaby duidelijk, was totaal overtrokken. “World Bank approves China’s genocide in Tibet”, schreeuwden de spandoeken voor de ingang. Nog strengere eisen waren het gevolg, en China besloot elders geld te lenen. De bouw van de dam ging gewoon door, maar zonder de garanties voor milieu en mensenrechten die de Wereldbank had bedongen.
Je zou maar James D. Wolfensohn zijn. Je moet er niet aan denken. Mallaby heeft advies voor zijn opvolger: leer van je fouten, durf risico’s te nemen en bovenal: luister naar je échte klanten: ‘s werelds armste burgers.

Recensie / Review:
The World’s Banker — A Story of Failed States, Financial Crisis, and the Wealth and Poverty of Nations
Sebastian Mallaby
Penguin, 2004
ISBN 1-59420-023-8

© Evert Nieuwenhuis / www.evertnieuwenhuis.nl
 
Recensie
Bankier van de wereld
Evert Nieuwenhuis
Internationale Samenwerking, 1 december 2004
Recensie: The World’s Banker — A Story of Failed States, Financial Crisis, and the Wealth and Poverty of Nations van Sebastian Mallaby (Penguin, 2004).
Je zou maar directeur van de Wereldbank zijn. Je bent de baas van ‘s werelds belangrijkste instituut in de strijd tegen ‘s werelds grootste probleem: armoede. Je hebt zo’n 20 miljard dollar per jaar uit te delen en onder jouwe hoede buigen ‘s werelds beste onderzoekers zich over problemen die miljarden mensen aangaan. Jij kunt een verschil maken.
De Britse journalist Sebastian Mallaby schreef een prachtig boek over de bij zijn aantreden (1995) al legendarische Wereldbankdirecteur James Wolfensohn. De flamboyante, charmante, megalomane maar ook briljante Wolfensohn is fascinerend genoeg om een boek aan te wijden, maar The World’s Banker gaat over veel meer: de veelbelovende ondertitel A Story of Failed States, Financial Crisis, and the Wealth and Poverty of Nations maakt Mallaby geheel waar. Iedereen die geïnteresseerd is in de strijd tegen armoede – voor of tegenstander van de Wereldbank – zal dit boek van kaft tot kaft willen lezen. Perfect is Mallaby’s huzarenstukje niet: fundamentele kritiek van andersglobalisten over bijvoorbeeld het soort economische groei dat de Wereldbank promoot en de vraag in hoeverre arme mensen daar op de lange termijn daadwerkelijk van profiteren, doet hij te lichtvoetig af.
De Wereldbank wordt gegijzeld door tegengestelde belangen. Zo zijn er de rijke, noordelijk landen als Nederland die de voorwaarden voor Wereldbank-leningen bepalen, zonder er zelf ooit onderworpen aan te worden. Voor tal van ontwikkelingsprojecten gelden wat Mallaby “overspannen westerse Volvo-standaarden” noemt. Milieu en mensenrechten zijn belangrijk en moeten gewaarborgd worden, maar armoedebestrijding betekent ook risico’s nemen. Rijke landen houden daar niet van – ze willen dat een arme riksjarijder óf met airbags naar welvaart fietst óf helemaal niet fietst. Steeds meer landen (China, Brazilië, India, Zuid-Afrika) lenen liever voor iets meer geld bij commerciële banken, want die stellen geen overdreven eisen. Onder druk van zijn belangrijkste aandeelhouders verliest de Wereldbank zijn belangrijkste en meest succesvolle klanten.
En dan zijn er de talloze actiegroepen die de reusachtige Wereldbank aan de grond nagelen als de lilliputters in Gulliver’s Travels. Veel, met name de grotere niet-gouvermentele organisaties (ngo’s), hebben zinnige kritiek. Maar er zijn ook ngo’s die dolgedraaid tegen windmolens vechten. Neem de dam in het Chinese Qinghai, grenzend aan Tibet. Wanneer de Wereldbank de woorden ‘Tibetanen’, ‘Chinezen’ en ‘dam’ in één zin noemt, is een storm van protest onafwendbaar, ongeacht de details van het project. De Qinghai-dam bracht inderdaad milieurisico’s met zich mee en er moesten 256 Tibetaanse herders verplaatst worden, maar de kritiek van veel activisten, zo maakt Mallaby duidelijk, was totaal overtrokken. “World Bank approves China’s genocide in Tibet”, schreeuwden de spandoeken voor de ingang. Nog strengere eisen waren het gevolg, en China besloot elders geld te lenen. De bouw van de dam ging gewoon door, maar zonder de garanties voor milieu en mensenrechten die de Wereldbank had bedongen.
Je zou maar James D. Wolfensohn zijn. Je moet er niet aan denken. Mallaby heeft advies voor zijn opvolger: leer van je fouten, durf risico’s te nemen en bovenal: luister naar je échte klanten: ‘s werelds armste burgers.

Recensie / Review:
The World’s Banker — A Story of Failed States, Financial Crisis, and the Wealth and Poverty of Nations
Sebastian Mallaby
Penguin, 2004
ISBN 1-59420-023-8

© Evert Nieuwenhuis / www.evertnieuwenhuis.nl