Recensie
De geschiedenis van uw T-shirt
Evert Nieuwenhuis
De Standaard (België), 18 november 2005
Ode, 1 december 2005
Recensie: The Travels of a T-shirt in the Global Economy — An Economist Examines the Markets, Power, and Politics of Trade van Pietra Rivoli (John Wiley & Sons, 2005).

Pietra Rivoli: The Travels of a T-Shirt in the Global EconomyOp een koude dag in februari 1999 ziet Pietra Rivoli zo’n honderd studenten demonstreren op de campus van haar werkgever, de universiteit van Georgetown in Washington. De Wereldbank moet het ontgelden, maar vooral: de multinationals. Een meisje grijpt de microfoon. ‘Wie heeft jouw T-shirt gemaakt?’, vraagt ze aan een joelende menigte. ‘Was het een kind in Vietnam, geketend aan een naaimachine zonder eten en drinken? Wist je dat ze wordt gedwongen om negentig uur per week te werken? Wist je dat ze niet alleen in armoede leeft, maar ook in vuil en ziekte – en dat alles met maar één doel: zoveel mogelijk winst voor Nike?’
Nee, dat wist ik niet, blikt Rivoli jaren later terug op die dag. ‘En ik vroeg me af: hoe weet zíj dat?’
Een boek was geboren. In The Travels of a T-shirt in the Global Economy beschrijft Pietra Rivoli, hoogleraar economie, haar pogingen te achterhalen waar haar T-shirt vandaan komt en hoe het is gemaakt. Vijf jaar lang reisde ze de wereld over. Ze bezocht de katoenvelden van Texas (al tweehonderd jaar één van de belangrijkste katoenproducenten) en de naaifabrieken in China (waar ruim eenderde van alle kleding in de wereld wordt gemaakt). En ze liep door de wandelgangen van de politieke machtscentra in Washington waar textielmagnaten pleiten voor bescherming van de Amerikaanse textielmarkt en grote winkelketens voor het tegenovergestelde: een zo vrij mogelijke handel in goedkope T-shirts uit lagelonenlanden. Haar omzwervingen in de wereldeconomie eindigt Rivoli in het straatarme Tanzania, waar tweedehands textiel het belangrijkste Amerikaanse importproduct is, maar ook de meest gedragen én meest geliefde kleding.
Rivoli schreef een fascinerend boek. Haar schrijfstijl is soepel en toegankelijk, haar onderzoek gedegen en diepgravend. Maar de grootste kracht is dat het boek zich richt op een klein onderwerp, terwijl het een groot verhaal vertelt.

Rivoli concludeert dat de vrije markt erg weinig te maken heeft met het verleden van haar T-shirt. Niet de ongrijpbare krachten van het kapitalisme, maar politici en ambtenaren zijn heer en meester in de wereldeconomie. Wie fulmineert tegen neoliberale vrijhandel en multinationals, zoals de demonstrerende studente deed, heeft een verkeerd doelwit, betoogt Rivoli.
De invloed van de overheid begint al met de katoenteelt, die in de Verenigde Staten zwaar wordt gesubsidieerd. Vraag en aanbod, ondernemersrisico en buitenlandse concurrentie hebben een minimale invloed op de Amerikaanse katoenboeren. Dat is prettig voor hen, maar rampzalig voor hun exotische collega’s voor wie geen subsidie is en die niet tegen de Amerikaanse stuntprijzen op kunnen concurreren. Dit is hoe Rivoli het verschil pijnlijk duidelijk maakt: een mislukte katoenoogst in India of Afrika betekent honger en rampspoed, in Amerika betekent het papierwerk: een formulier van de verzekeringsmaatschappij. Overigens maakt Rivoli aannemelijk dat Afrikaanse katoenboeren ook zonder het Amerikaanse protectionisme weinig kans hebben op de wereldmarkt: slechte infrastructuur en corruptie zullen de teelt en export van Afrikaans katoen nauwelijks lucratief maken.

Ook het lot van de naaisters van onze T-shirts is vrijwel niet onderhavig aan de onzichtbare hand van de markt. De Chinese overheid hanteert een systeem (hukou) dat enige gelijkenis vertoont met apartheid. De meeste fabrieksarbeiders zijn binnenlandse Chinese migranten die door een surreëel stelsel van verblijfsvergunningen in een juridisch niemandsland worden gehouden. Het maakt ze uiterst kwetsbaar voor uitbuiting. Eventueel protest over niet nageleefde afspraken over minimumlonen en werktijden wordt de kop ingedrukt met de dreiging van een enkel telefoontje naar de lokale afdeling Verblijfsvergunningen. Zo is het niet Nike, maar de Chinese overheid die de werknemers in de sweatshops gevangenhoudt in een leven van bloed, zweet en tranen.
Maar is een sweatshop wel een gevangenis? Het brede, historisch perspectief van Rivoli biedt verrassende inzichten. Sinds de Industriële Revolutie zijn de handen die onze kledingstukken in elkaar zetten vrijwel altijd van boerenmeisjes. Dit geldt voor de eerste volgepakte naaifabrieken van Manchester, maar ook voor de latere centra van textielproductie: de Verenigde Staten (Massachusetts, South Carolina), Japan, India, Vietnam, Taiwan, China.
Ondanks hun verschrikkingen boden de sweatshops betere omstandigheden dan het harde leven op het kansloze platteland, vonden de boerenmeisjes. Rivoli citeert uit talrijke vergeelde dagboeken en getuigenverslagen van Britse en Amerikaanse naaisters, maar ook van de Chinese naaisters die zich op dit moment buigen over de komende voorjaarsmode. In de sweatshops verkrijgen de vrouwen spaargeld, autonomie en zeggenschap over wanneer er met wie wordt getrouwd. De emancipatie van de vrouw begint in de fabriek. Vroeger in Manchester en Massachusetts, en nu in Vietnam en China.
Kunnen we dan achteroverleunen en de sweatshops hun bevrijdende werk laten doen? Nee, integendeel, betoogt Rivoli. Vele verontwaardigde activisten, betrokken burgers en bewuste consumenten hebben verbeteringen gebracht. Na vele protesten is kinderarbeid wereldwijd verboden. Het minimumloon is tegenwoordig gemeengoed in vrijwel alle grote textielproducerende landen. En het is mede te danken aan de beweging tegen sweatshops dat multinationals – heel modern – een gedragscode hebben opgesteld. Uiteraard zijn er nog veel misstanden en ook worden regels, zoals die over kinderarbeid en minimumloon, niet altijd nageleefd. Maar kijk naar het verleden, zegt Rivoli, en zie de progressie.

In haar boek besteedt Rivoli helaas geen aandacht aan de grote hoeveelheden bestrijdingsmiddelen in de katoenteelt die het milieu en de gezondheid van boeren volgens critici zouden beschadigen. Ze geeft ook geen aandacht aan het genetisch modificeren van katoenzaad, waardoor boeren in arme landen te afhankelijk zouden worden van Amerikaanse zaadproducenten. Toch schetst Rivoli een verhelderend en rijk beeld van de geschiedenis die een gemiddeld T-shirt met zich meedraagt.

Haar wereldreis is beëindigd. Pietra Rivoli geeft weer les op de universiteit van Georgetown. Wat zegt ze tegen de demonstrerende studente als ze die op de campus tegen het lijf loopt? Rivoli zou haar vertellen dat ze meer waardering moet hebben voor wat sweatshops hebben betekend voor vrouwen, en dat ze voorzichtig moet zijn om de fabrieksmeisjes te verdoemen tot een leven op de boerderij. Ze zou haar zeggen dat armen (zoals Afrikaanse katoenboeren en Aziatische textielarbeiders) meer lijden aan gebrek aan politieke participatie dan aan de gevaren van de markt. Strijd voor politieke participatie, niet voor economische uitsluiting. Kortom, schrijft Rivoli, ‘I would tell her to look both ways, but to march on.’

Recensie / Review:
Pietra Rivoli: The Travels of a T-shirt in the Global Economy — An Economist Examines the Markets, Power, and Politics of Trade
John Wiley & Sons, 2005
ISBN 0471648493

Zie ook:

© Evert Nieuwenhuis / www.evertnieuwenhuis.nl
 
Recensie
De geschiedenis van uw T-shirt
Evert Nieuwenhuis
De Standaard (België), 18 november 2005
Ode, 1 december 2005
Recensie: The Travels of a T-shirt in the Global Economy — An Economist Examines the Markets, Power, and Politics of Trade van Pietra Rivoli (John Wiley & Sons, 2005).

Pietra Rivoli: The Travels of a T-Shirt in the Global EconomyOp een koude dag in februari 1999 ziet Pietra Rivoli zo’n honderd studenten demonstreren op de campus van haar werkgever, de universiteit van Georgetown in Washington. De Wereldbank moet het ontgelden, maar vooral: de multinationals. Een meisje grijpt de microfoon. ‘Wie heeft jouw T-shirt gemaakt?’, vraagt ze aan een joelende menigte. ‘Was het een kind in Vietnam, geketend aan een naaimachine zonder eten en drinken? Wist je dat ze wordt gedwongen om negentig uur per week te werken? Wist je dat ze niet alleen in armoede leeft, maar ook in vuil en ziekte – en dat alles met maar één doel: zoveel mogelijk winst voor Nike?’
Nee, dat wist ik niet, blikt Rivoli jaren later terug op die dag. ‘En ik vroeg me af: hoe weet zíj dat?’
Een boek was geboren. In The Travels of a T-shirt in the Global Economy beschrijft Pietra Rivoli, hoogleraar economie, haar pogingen te achterhalen waar haar T-shirt vandaan komt en hoe het is gemaakt. Vijf jaar lang reisde ze de wereld over. Ze bezocht de katoenvelden van Texas (al tweehonderd jaar één van de belangrijkste katoenproducenten) en de naaifabrieken in China (waar ruim eenderde van alle kleding in de wereld wordt gemaakt). En ze liep door de wandelgangen van de politieke machtscentra in Washington waar textielmagnaten pleiten voor bescherming van de Amerikaanse textielmarkt en grote winkelketens voor het tegenovergestelde: een zo vrij mogelijke handel in goedkope T-shirts uit lagelonenlanden. Haar omzwervingen in de wereldeconomie eindigt Rivoli in het straatarme Tanzania, waar tweedehands textiel het belangrijkste Amerikaanse importproduct is, maar ook de meest gedragen én meest geliefde kleding.
Rivoli schreef een fascinerend boek. Haar schrijfstijl is soepel en toegankelijk, haar onderzoek gedegen en diepgravend. Maar de grootste kracht is dat het boek zich richt op een klein onderwerp, terwijl het een groot verhaal vertelt.

Rivoli concludeert dat de vrije markt erg weinig te maken heeft met het verleden van haar T-shirt. Niet de ongrijpbare krachten van het kapitalisme, maar politici en ambtenaren zijn heer en meester in de wereldeconomie. Wie fulmineert tegen neoliberale vrijhandel en multinationals, zoals de demonstrerende studente deed, heeft een verkeerd doelwit, betoogt Rivoli.
De invloed van de overheid begint al met de katoenteelt, die in de Verenigde Staten zwaar wordt gesubsidieerd. Vraag en aanbod, ondernemersrisico en buitenlandse concurrentie hebben een minimale invloed op de Amerikaanse katoenboeren. Dat is prettig voor hen, maar rampzalig voor hun exotische collega’s voor wie geen subsidie is en die niet tegen de Amerikaanse stuntprijzen op kunnen concurreren. Dit is hoe Rivoli het verschil pijnlijk duidelijk maakt: een mislukte katoenoogst in India of Afrika betekent honger en rampspoed, in Amerika betekent het papierwerk: een formulier van de verzekeringsmaatschappij. Overigens maakt Rivoli aannemelijk dat Afrikaanse katoenboeren ook zonder het Amerikaanse protectionisme weinig kans hebben op de wereldmarkt: slechte infrastructuur en corruptie zullen de teelt en export van Afrikaans katoen nauwelijks lucratief maken.

Ook het lot van de naaisters van onze T-shirts is vrijwel niet onderhavig aan de onzichtbare hand van de markt. De Chinese overheid hanteert een systeem (hukou) dat enige gelijkenis vertoont met apartheid. De meeste fabrieksarbeiders zijn binnenlandse Chinese migranten die door een surreëel stelsel van verblijfsvergunningen in een juridisch niemandsland worden gehouden. Het maakt ze uiterst kwetsbaar voor uitbuiting. Eventueel protest over niet nageleefde afspraken over minimumlonen en werktijden wordt de kop ingedrukt met de dreiging van een enkel telefoontje naar de lokale afdeling Verblijfsvergunningen. Zo is het niet Nike, maar de Chinese overheid die de werknemers in de sweatshops gevangenhoudt in een leven van bloed, zweet en tranen.
Maar is een sweatshop wel een gevangenis? Het brede, historisch perspectief van Rivoli biedt verrassende inzichten. Sinds de Industriële Revolutie zijn de handen die onze kledingstukken in elkaar zetten vrijwel altijd van boerenmeisjes. Dit geldt voor de eerste volgepakte naaifabrieken van Manchester, maar ook voor de latere centra van textielproductie: de Verenigde Staten (Massachusetts, South Carolina), Japan, India, Vietnam, Taiwan, China.
Ondanks hun verschrikkingen boden de sweatshops betere omstandigheden dan het harde leven op het kansloze platteland, vonden de boerenmeisjes. Rivoli citeert uit talrijke vergeelde dagboeken en getuigenverslagen van Britse en Amerikaanse naaisters, maar ook van de Chinese naaisters die zich op dit moment buigen over de komende voorjaarsmode. In de sweatshops verkrijgen de vrouwen spaargeld, autonomie en zeggenschap over wanneer er met wie wordt getrouwd. De emancipatie van de vrouw begint in de fabriek. Vroeger in Manchester en Massachusetts, en nu in Vietnam en China.
Kunnen we dan achteroverleunen en de sweatshops hun bevrijdende werk laten doen? Nee, integendeel, betoogt Rivoli. Vele verontwaardigde activisten, betrokken burgers en bewuste consumenten hebben verbeteringen gebracht. Na vele protesten is kinderarbeid wereldwijd verboden. Het minimumloon is tegenwoordig gemeengoed in vrijwel alle grote textielproducerende landen. En het is mede te danken aan de beweging tegen sweatshops dat multinationals – heel modern – een gedragscode hebben opgesteld. Uiteraard zijn er nog veel misstanden en ook worden regels, zoals die over kinderarbeid en minimumloon, niet altijd nageleefd. Maar kijk naar het verleden, zegt Rivoli, en zie de progressie.

In haar boek besteedt Rivoli helaas geen aandacht aan de grote hoeveelheden bestrijdingsmiddelen in de katoenteelt die het milieu en de gezondheid van boeren volgens critici zouden beschadigen. Ze geeft ook geen aandacht aan het genetisch modificeren van katoenzaad, waardoor boeren in arme landen te afhankelijk zouden worden van Amerikaanse zaadproducenten. Toch schetst Rivoli een verhelderend en rijk beeld van de geschiedenis die een gemiddeld T-shirt met zich meedraagt.

Haar wereldreis is beëindigd. Pietra Rivoli geeft weer les op de universiteit van Georgetown. Wat zegt ze tegen de demonstrerende studente als ze die op de campus tegen het lijf loopt? Rivoli zou haar vertellen dat ze meer waardering moet hebben voor wat sweatshops hebben betekend voor vrouwen, en dat ze voorzichtig moet zijn om de fabrieksmeisjes te verdoemen tot een leven op de boerderij. Ze zou haar zeggen dat armen (zoals Afrikaanse katoenboeren en Aziatische textielarbeiders) meer lijden aan gebrek aan politieke participatie dan aan de gevaren van de markt. Strijd voor politieke participatie, niet voor economische uitsluiting. Kortom, schrijft Rivoli, ‘I would tell her to look both ways, but to march on.’

Recensie / Review:
Pietra Rivoli: The Travels of a T-shirt in the Global Economy — An Economist Examines the Markets, Power, and Politics of Trade
John Wiley & Sons, 2005
ISBN 0471648493

Zie ook:

© Evert Nieuwenhuis / www.evertnieuwenhuis.nl